Competentiegericht opleiden in de ICT
Drs. Marleen Olde Hartmann is andragologe en docent informatie architectuur bij ABIO BV (Architectuur, Bedrijfsprocessen, Informatiekunde Opleidingen). Ook maakt zij deel uit van de inhoudelijke groep deskundigen van de vereniging ERIA die zich met de beroepsvormgeving van de architecten in de informatievoorziening bezighoudt.

“ Al heel lang is bekend dat (vak)technische bekwaamheid in het ict vak niet langer voldoende is om naar behoren een ict-functie uit te oefenen. Hoe dit echter op een juiste wijze vorm te geven is een issue waar onderwijskundigen en ict-opleiders nog lang niet uit zijn.”
Drs. Marleen Olde Hartmann, andragologe en docent informatie architectuur en lid van de Raad van Deskundigen van het Europees Register Informatie Architecten doet deze uitspraak met kracht en overtuiging.

ERIA is een vereniging die zich met professionalisering van de personen die zich richten de functie in een bedrijf de informatievoorziening integraal en organisatiebreed vormgeeft. Op business niveau, op informatie niveau, op toepassingen niveau en op technisch niveau. Zij richt zich op de competenties van dit beroep en de aansluiting tussen ‘zittende deskundigheid’ en ‘nieuw ingestroomde deskundigheid’. Zij weet als geen ander dat competenties opgedaan in de praktijk van het werk, voor de huidige ervaren informatie architect van levensbelang is. Naast een kennis- en kundebasis die binnen een bepaalde beroepscarriere verworven is, heeft de ict-er van nu met name belangstelling voor competenties die specifiek door de markt gevraagd worden. Het kennisdomein van de persoon zelf is slechts een deelaspect geworden en heeft niet langer de waarde die het voorheen vertegenwoordigde. Dit komt omdat de kennis zelf snel verandert, maar zeker ook door de combinatie met de ontwikkeling dat internet steeds meer wordt gezien als dé belangrijkste informatiebron. Het op een juiste manier kunnen benaderen en beschikbaar hebben van elektronische informatie wordt meer als norm aangenomen en oude vormen van personlijk kennisbezit worden daardoor minder gewaardeerd.

Bedrijven en instellingen zoeken nu dus die mensen die gewend zijn aan elektronische communicatie en aan het omgaan met elektronische informatie, die zich snel kunnen aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen in kennis en toepassingen en die projectmatig kunnen werken in multidisciplinaire omgevingen en daardoor flexibel inzetbaar zijn. De nieuwe generatie initiële studenten is opgegroeid met ICT en is gewend aan zelfstandig studeren en student- en projectgecentreerde onderwijsvormen en zullen daardoor beter aansluiten bij de vraag uit de markt. Reden voor het ict-onderwijs om te zorgen dat de eisen die aan competentie gericht opleiden worden gesteld binnen de onderwijsmarkt worden waargemaakt.

Competent zijn betekent iets kennen en/of kunnen, dus kennis en vaardigheden bezitten. Een persoonlijk kennisbezit opvatting waarbij een onderwijsmodel van ‘transmissie’ past.
Kennis en kunde worden van de ene persoon (docent) overgedragen op de andere persoon (student). Ook de onderwijsvisie die het constructiemodel wordt genoemd zou passen. Hierin wordt kennis gezien als een persoonlijk product dat door de eigenaar wordt geconstrueerd waarbij een docent ondersteuning geeft in het kennisverwervingsproces.
Iemand die zich via deze manier van leren kennis heeft eigen gemaakt kan deze kennis gemakkelijker later zelf verder ontwikkelen en/of uitbreiden omdat een cognitieve vaardigheid bij het leren is ontwikkeld. Dit model sluit dus al beter aan bij de eisen die de markt aan de huidige professional stelt. Centraal staat echter nog steeds de docent die het leren faciliteert. Het multidisciplinair projectmatig verwerven van kennisinhoud komt het best naar voren in wat het socio-constructie model wordt genoemd. Hier is het construeren van kennis een groepsactiviteit binnen een culturele en/of beroepsgroep waarin het delen en opbouwen van kennis als een gezamenlijk doel wordt gezien. Door op een systematische wijze te werken aan een bepaald probleem of thema wordt de kennis vergroot in een samenwerkend leren. Deze laatste leervisie sluit weliswaar het best aan bij de eisen die de markt, maar is voor opleiders het moeilijkst te realiseren. Het principe van “groepsleren aan de werkelijkheid” geadopteerd betekent dat over een langere periode de deelnemers bv de analyses van hun eigen praktijksituatie confronteren middels discussie en feed-back met de inzichten van de overige leden van de groep. Vooronderstelling is daarbij dat de ‘peers’ van vergelijkbaar niveau zijn.

Competentie gericht leren wil echter ook zeggen dat een opleiding wordt georganiseerd op basis van een schema van competenties, waarbij een student zelf verantwoordelijk is voor het leveren van het bewijs dat hij/zij deze competentie heeft verworven.
Competenties worden daarbij steeds vaker niet alleen in termen van kennis en vaardigheden gegoten, maar in toenemende mate op sociale en communicatieve vaardigheden gericht. Deze laatste vaardigheden kunnen het best in het groepsleren vorm gegeven worden hoewel de tendens naar ict-leeromgevingen, ict-communities en virtuele coaches en oefen-werelden al te onderscheiden valt.
Het aantonen dat je deze ‘zachte’ competenties hebt verworven is mogelijk via het observeerbare gedrag. Het gedrag dat door anderen waargenomen kan worden en door gestructureerde observatieopdrachten gemeten kan worden. Gedrag dat echter tijdelijk kan zijn of omwille van de toetsing kan worden getoond.
Veel ‘zachte’ competenties zijn gelukkig wel betrouwbaar te meten met diagnostische toetsen, waarin bv de openheid van de persoon ten opzichte van de meningen en beweringen van de ander diagnostisch worden vastgesteld. Dit zijn echter dure instrumenten die niet door iedereen gehanteerd mogen worden en veel onderwijsinstellingen hebben hier geen toegang toe. Gevolg hiervan is dat veel competenties op het affectieve en sociale vlak blijven steken in het formuleren van leerdoelen en dat de resultaatmeting achterwege moet blijven vanwege het ontbreken van het instrumentarium.
Competenties moet je kunnen meten anders heeft een competentiegerichtheid van een opleiding weinig zin. Vormgeving en toetsing moet hierop dus gericht zijn.
Competentie ontwikkeling zegt dat je vermogens van iemand wilt ontwikkelen, hierbij moet je dus zicht hebben op de mogelijkheden die iemand heeft zich te ontwikkelen. Het meten van die mogelijkheden in de toekomst vraagt om diagnostische instrumentarium.
Competentie ontwikkeling aansluitend bij de vraag uit de markt zou zich dus moeten richten op het ontwikkelen van flexibiliteit in cognitie, multidisciplinaire samenwerkingsvaardigheden, kritische vermogens en de vermogens om zelfstandig door te groeien in nieuwe kennisvelden. Slechts weinig ict opleiders kunnen dit waarmaken in de trajecten die zij aanbieden. Binnen de professionalisering van ERIA wordt er zowel van onafhankelijke diagnostische toetsen als ook van de Communities of Practice gebruik gemaakt om de blending van theorie en praktijk in professionele ontwikkeling in groepsverband goed vorm te geven. Binnen deze vormgeving passen de eisen die door de markt gesteld zijn uitstekend. De verwachting is dan ook dat beroepsontwikkeling op competentie niveau vorm gegeven gaat worden in die zogenaamde peer-groeps en je ziet multinationale ondernemingen al die richting opgaan.