
Frank Bakker
Managing Director BPP Nederland BV
Tijdens mijn professionele carrière ben ik door financiële professionals en opleiders meerdere malen gevraagd om het Nederlandse onderwijssysteem uit te leggen aan collega’s uit o.a. Groot Brittannië, Ierland en de Verenigde Staten. Pas als je deze vraag voorgelegd krijgt en een poging waagt de verschillen met het buitenland uit te leggen, blijkt hoe ingewikkeld we het hebben gemaakt. Hoewel onze overheid getracht heeft aan te sluiten bij het bachelor-mastersysteem om internationale vergelijkbaarheid te bevorderen en in Bologna afspraken zijn gemaakt hoe dit in te richten, is Nederland erin geslaagd het systeem onvergelijkbaar te maken. Eindeloos polderen met Universiteiten en Hogescholen leidde in dit geval niet tot het beste resultaat. Cultuurverschillen en een ander gebruik van definities maken de verwarring compleet. In dit artikel ontkom ik omwille van de duidelijkheid er niet aan, om een algemene toelichting te geven alvorens de routes naar een financieel administratieve en/of economische carrière te belichten.
Engelse accountants zijn geen Nederlandse Accountants
Voordat er ook maar één woord gewisseld wordt over financiële opleidingen met vertegenwoordigers van andere landen dan Nederland in de Engelse taal, is het van belang helder te hebben waar we het over hebben. Veel mensen realiseren zich niet dat het Engelse woord accountant een totaal andere betekenis heeft dan het Nederlandse woord accountant. Alleen dit verschil kan al een Babylonische spraakverwarring opleveren. Het Engelse woord accountant wordt gebruikt voor iedereen die actief is in een financieel administratief beroep. We praten dan over de boekhouder, het hoofd administratie, de controller en de accountant. In Nederland hebben we alleen de AA en RA accountant in onze gedachten als we het woord accountant definiëren, in het Engels, “auditor” genoemd. Waar in Engeland een opleiding voor accountancy gericht is op financiële professionals in brede zin (bankpersoneel uitgezonderd) heeft het in Nederland een smallere betekenis. Dit vinden we ook terug in de opleidingen. De meest internationale opleiding voor accountants in de Engelse betekenis, ACCA (Association of Chartered Certified Accountants), heeft meer dan 300.000 studenten wereldwijd in meer dan 170 landen en wordt ook in Nederland aangeboden door BPP Nederland met internationale docenten. Buitenlanders die in Nederland in onze branche werken, begrijpen dan ook niet dat ACCA relatief onbekend is in Nederland. Van AA en RA accountants heeft men over de grenzen al helemaal niet gehoord. Hoewel een internationale carrière ook te bouwen is op Nederlandse diploma’s, biedt ACCA zeker een uitstekend perspectief.
Hogescholen en Universiteiten
Een ander moeilijk uit te leggen onderscheid is het feit dat veel landen het onderscheid tussen hogescholen en universiteiten niet kennen. Daar studeer je aan een University en behaal je er je bachelor of master degree. Nederlandse hogescholen die in het buitenland actief zijn noemen zich daar dan ook University of applied sciences om de grootste verwarring te voorkomen. Onlangs heeft minister Plassterk gepleit voor een systeem waarbij dit onderscheid niet meer wordt gemaakt. Het voorstel werd instemmend begroet door de onderwijsinstellingen. Een dergelijke eensgezindheid komt niet vaak voor. Het was dan ook verbazingwekkend dat de Tweede Kamer hier geen voorstander voor bleek te zijn. Het Nederlandse systeem zou hiermee in één klap beter vergelijkbaar met het buitenland zijn geworden.
Nog gekker wordt het als we kijken naar de degrees die hogescholen en universiteiten mogen aanbieden. Zowel hogescholen als universiteiten mogen bachelor en masteropleidingen aanbieden. Daarmee lijkt het onderscheid met de internationale situatie opgeheven. Onder druk van de universiteiten heeft de overheid echter besloten om een kunstmatig onderscheid in het leven te roepen. Alleen universiteiten mogen de titel Master of Science afgeven en wetenschappelijke masters verzorgen. Hogescholen mogen professionele masteropleidingen uitvoeren die leiden tot de “gewone” Mastertitel. Beide soorten master zijn qua niveau gelijk en dienen door de NVAO, Nederlandse en Vlaamse Accreditatie Organisatie worden geaccrediteerd. De oriëntatie verschilt echter. Bij de Master of Science gaat het om een opleiding die meer op wetenschappelijk onderzoek is gericht, bij de professionele master is de koppeling aan de beroepssituatie directer. Daarmee is de vergelijkbaarheid met het Verenigd Koninkrijk en de VS weer verdwenen.
Accreditatie in Nederland vergeleken met het buitenland
Vanaf 2005 moet elke hogeschool en universiteit haar HBO en universitaire opleidingen, die leiden tot respectievelijk de bachelortitel en mastertitel, laten accrediteren door de NVAO. De titel master is weliswaar niet beschermd en het is dus niet verboden om niet-geaccrediteerde masters aan te bieden, maar het moge duidelijk zijn dat het volgen van een geaccrediteerde master meer garantie biedt voor kwaliteit. Ook dit is een heel verschil met bijv. de Engelse situatie. In het Verenigd Koninkrijk krijgt een instituut “degree awarding power” en kan daarmee allerlei verschillende opleidingen in de markt zetten, zonder dat deze apart behoeven te worden geaccrediteerd. Eens in de zoveel tijd wordt de accreditatie ververst en vindt controle plaats. Wat dit betreft is Nederland “roomser dan de paus”. De instellingen worden op kosten gejaagd omdat elke afzonderlijke opleiding moet worden geaccrediteerd. Bovendien lijkt de insteek van accreditaties in Nederland eerder op een zoektocht naar waar men een opleiding op kan afschieten dan op een werkelijke kwaliteitskeuring. Vooral hogescholen die masteropleidingen laten accrediteren hebben hier last van. Het lijkt het er sterk op dat de leden van de beoordelende commissies, die zelf vaak werkzaam zijn op universiteiten, niet onbevangen tegen de materie aankijken. Het is anders niet te verklaren dat meer dan 90% van de accreditatieaanvragen voor professionele masters wordt afgekeurd. Markus Verbeek Business Academy is bijvoorbeeld de enige hogeschool die een geaccrediteerde Master in Finance & Control heeft nadat zij een bezwaarprocedure tegen het NVAO hadden gewonnen.
Focus op degrees of op professionele kwalificaties
Nederland is een bijzonder land als we het vergelijken met Groot Brittannië. Toen de eerder genoemde opleiding ACCA in Nederland werd geïntroduceerd was de eerste vraag vanuit Nederland: ”Welk niveau is dat, bachelor of masterniveau?” Een vraag die een Engelsman nooit zal stellen. ACCA zegt daar als kwalificatie genoeg en staat voor een gedegen vakopleiding. De bachelor en masteropleidingen worden meer gezien als algemene opleidingen en inferieur geacht ten opzichte van de diepgaande vakopleiding ACCA. Toch wenst de Nederlander een antwoord op deze vraag. De ACCA opleiding is qua niveau te vergelijken met de post-hbo-opleidingen zoals Accountant Administratieconsulent (AA) en Administrateur Controller of Financial Controller.
Uw financiële carrière met opleidingsmogelijkheden. Internationaal, nationaal en per niveau.
Zij die zich wensen te ontwikkelen als financiële professional hebben nogal wat mogelijkheden. Wat de juiste keus is hangt af van uw motivatie om te willen gaan studeren en uw beginniveau.
mbo en mbo-plus niveau
hbo niveau
Post-hbo-niveau
Masters
Executive Masters
Particuliere of door de overheid bekostigde aanbieders
Vooral vanaf hbo-niveau is er een grote vraag naar, het liefst ervaren, financiële professionals. Het loont dan ook zeker te moeit om u verder te ontwikkelen in deze sector. Dat kan via particuliere of door de overheid bekostigde aanbieders. Het is een fabeltje dat particuliere aanbieders zoveel duurder zouden zijn dan door de overheid bekostigde spelers. Zo is iemand die aan een bekostigde hogeschool studeert ca. € 1.600 per jaar aan collegegeld kwijt voor een hbo-opleiding. Bij één van de grotere particuliere spelers is dit bijvoorbeeld gem. € 2.000 per jaar. Als men langer over de studie doet dan 4 jaar, is de particuliere opleider zelf goedkoper. Bij de laatstgenoemde kunt u ook vaak uw eigen tempo bepalen en is er veel meer flexibiliteit. Ook de kwaliteit is vaak uitstekend, zo bleek de beste opleider in de accountancy volgens een onafhankelijk studentenonderzoek, een particuliere te zijn. Als men beseft dat door de overheid bekostigde opleider daarnaast nog € 7.000 per student krijgen van de overheid, is de gratis bezuinigingstip op deeltijdonderwijs, snel gegeven aan de overheid.
De kreet van sommige particuliere opleiders dat je er hbo-opleidingen binnen 3 jaar kunt afronden is waar, maar hou in de gaten dat dit maar voor een zeer beperkt aantal mensen is weggelegd en een zware studiebelasting betekent. Reken in ieder geval op 4 of 5 jaar, maar dan heeft u na afloop ook een prima basis voor uw carrière.


