Publieke managers leren erop te vertrouwen dat ze het goed doen.

Auteur: Twan Geurts
Foto: Paul Adriaanse, managing director van de executive en masterprogramma’s van het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Studeren naast je werk; waarom zou je, als je al heel ervaren bent, een verantwoordelijke baan hebt en een volle agenda? Juist voor publieke managers geldt dat ze zichzelf en hun omgeving goed moeten kennen om in te kunnen spelen op de snel veranderende vragen en eisen van politiek en maatschappij, vindt Paul Adriaanse, managing director van de Executive en Masteropleidingen van Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) in Utrecht.

Veel leidinggevenden en professionals denken dat ze voldoende kennis en kunde in huis hebben om goed te kunnen functioneren. Maar organisaties en zeker de medewerkers die daar leidinggeven, moeten zich kunnen aanpassen aan de dynamiek van hun snel veranderende omgeving. We leven in een complexe samenleving die hoge eisen stelt aan de kwaliteit van dienstverlening, aan zakelijke bedrijfsvoering, aan verantwoording en transparantie. Een manager die daarin effectief wil opereren kan maar beter bij de tijd blijven en weten wat er speelt. Paul Adriaanse: “Leidinggevenden moeten begrijpen hoe besluitvorming werkt, rekening houden met verschillende actoren en belangenstellingen en weten hoe ze zelf, met hun eigen persoonlijkheid, in dat krachtenveld het meest effectief kunnen opereren.”

Persoonlijke context

Die reflectie op de omgeving en op de eigen persoonlijke ontwikkeling is precies wat de opleidingen van de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap te bieden hebben, meent Adriaanse. “We bieden onze cursisten handvaten om na te denken over hun werk en organisatie. We nodigen hen uit om dat te doen aan de hand van hun eigen casus, die centraal staat in elke cursus. Natuurlijk speelt verwerving van de nieuwste wetenschappelijke inzichten een belangrijke rol, maar daar houdt het niet op. Het gaat niet om kale kennisoverdracht, die staat altijd in het teken van de persoonlijke context en ervaring.”

USBO-studenten zijn op zoek naar een kader voor hun werk en voor zichzelf: wat zijn ze precies aan het doen? Hanteren ze wel de stijl van leidinggeven die bij hen past? Kunnen ze daar niet wat meer mee spelen? Adriaanse: “Uiteindelijk gaat het erom dat ze erop kunnen vertrouwen dat ze het goed doen.”

Wat onderscheidt de Utrechtse opleidingen van andere aanbieders op dit gebied? “Onze opleidingen sluiten aan bij wat mensen in hun werk bezighoudt. De lesprogramma’s gaan uit van de ervaringen en belevenissen van de deelnemers. Bij de intake toetsen onze programmacoördinatoren uitvoerig wat iedereen wil en nodig heeft en daar wordt bij de samenstelling van de groepen rekening mee gehouden. Studenten leren heel veel van elkaar, dan is het niet handig als je met alleen maar politiemensen of onderwijzers bij elkaar zit.”

Adriaanse weet dat er veel wildgroei is: de master is namelijk geen beschermde titel. USBO is trots dat haar drie masteropleidingen officieel zijn erkend door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Die accreditatie garandeert de wetenschappelijke kwaliteit van het onderwijs, het hoge niveau van de docenten en de koppeling aan de werkpraktijk. “We zetten ervaren coördinatoren in die gedurende twee jaar zeer nauw bij de groep betrokken blijven. Zij kunnen op niveau met alle studenten sparren.” De executive en maatwerkopleidingen voor professionals passen in hetzelfde beproefde USBO-concept en voldoen aan dezelfde kwaliteitsnormen.

Kwaliteit publieke omgeving

In twee jaar tijd maken de cursisten een ingrijpend proces door. Het is een intensieve reflectie op hun loopbaan. Hoe staan ze tegenover hun werk? Paul Adriaanse geeft zelf ook college, aan het begin van het tweede cursusjaar. Hij treft, zo vlak na de zomervakantie, steeds zeer gemotiveerde groepen aan. Dertigers, veertigers, begin vijftigers, mensen die toe zijn aan een verandering in hun carrière. Ze willen een volgende stap maken, andere verantwoordelijkheden. Het zijn mensen die altijd al bezig zijn met vragen over hun  organisatie, over de strategie van hun werkgever. Het zijn in zekere zin allemaal publieke, maatschappelijke ondernemers. Mensen die werken in de zorg, het onderwijs, in de sport, het openbaar bestuur of het welzijn. “Op hun niveau zijn ze bezig met de kwaliteit van de publieke omgeving, of het nu stafmedewerkers zijn of lijnverantwoordelijken. Ze zijn zeer betrokken, ze willen alles weten en leren van anderen.”

Het publieke veld is aan het veranderen, constateert Paul Adriaanse, je ziet steeds meer samenwerking en overlap met de private sector. Publieke instellingen gaan zakelijker werken, omdat ze zich moeten verantwoorden voor wat ze doen met het geld van de overheid. Maar ook omdat ze vol elan op zoek zijn naar nieuwe mogelijkheden om maatschappelijk te ondernemen. Dat stelt nieuwe eisen aan de strategie en de cultuur van deze organisaties en dus ook aan de mensen die er werken en zeker aan de leidinggevenden.

“Publieke managers worden vaak verketterd en weggezet als overbodige ambtenaren die niets toevoegen en alleen maar geld kosten. Dat is een vertekening van de werkelijkheid. Die mensen doen vaak heel goed werk in de frontlinie van sectoren die te kampen hebben met stilstand of achteruitgang, zoals het onderwijs en de zorg. Juist in die sectoren waar de processen ingewikkeld zijn en de afwegingen steeds lastiger worden is de kwaliteit van managers van eminent belang. In de private sector doe je het goed als je winst maakt en zorgt voor continuïteit van je bedrijf. In de publieke context heb je ook nog met de politieke en ambtelijke arena te maken. Je opereert met gemeenschapsgeld en je hebt publiekelijk verantwoording af te leggen. Dat vraagt toch even iets meer. (auteur Twan Geurts)”

“Zo’n organisatie is net de gewone wereld”
Drs. Paul Adriaanse (44) is managing director van de executive en masterprogramma’s van het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht en ook van USBO Advies. In die laatste rol is hij vooral werkzaam als senioradviseur in de kunst- en cultuursector.

“Wat mij zo fascineert aan dit vakgebied is dat je in een organisatie altijd de gewone wereld weerspiegeld ziet. Of je nu “Zo’n organisatie is net de gewone wereld”

Drs. Paul Adriaanse (44) is managing director van de executive en masterprogramma’s van het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht en ook van USBO Advies. In die laatste rol is hij vooral werkzaam als senioradviseur in de kunst- en cultuursector.

“Wat mij zo fascineert aan dit vakgebied is dat je in een organisatie altijd de gewone wereld weerspiegeld ziet. Of je nu bij een theatergezelschap binnenkomt of bij een ministerie, je maakt snel een plaatje van zo’n organisatie, hoe lopen de hazen, welke cultuur heerst hier? Je doorziet de mechanismen en de structuren die in het gewone leven ook gelden. Met alle facetten die daarbij horen: juridisch, psychologisch en sociologisch. Die sensitiviteit voor de omgeving is precies wat onze opleidingen te bieden hebben. Die heb je nodig als professional. Zeker nu niemand meer decennialang dezelfde functie vervult. Vroeger was je leraar voor het leven. Dat is niet meer zo. Je moet weten wat er speelt, je leert een leven lang.”bij een theatergezelschap binnenkomt of bij een ministerie, je maakt snel een plaatje van zo’n organisatie, hoe lopen de hazen, welke cultuur heerst hier? Je doorziet de mechanismen en de structuren die in het gewone leven ook gelden. Met alle facetten die daarbij horen: juridisch, psychologisch en sociologisch. Die sensitiviteit voor de omgeving is precies wat onze opleidingen te bieden hebben. Die heb je nodig als professional. Zeker nu niemand meer decennialang dezelfde functie vervult. Vroeger was je leraar voor het leven. Dat is niet meer zo. Je moet weten wat er speelt, je leert een leven lang.”

 

De executive en masterprogramma’s van USBO
USBO is een departement van de Universiteit Utrecht en verzorgt, naast het reguliere onderwijs en onderzoek, opleidingen voor leidinggevenden en professionals. Drie masterprogramma’s leiden op tot de titel Master of Arts: Strategisch Management in de non-profit sector, Bestuur en Beleid voor professionals en Organisatie, Cultuur en Management. Daarnaast zijn er de executive programma’s, postacademische opleidingen en maatwerktrajecten. Managers en professionals kunnen bij de Universiteit Utrecht hun kennis en vaardigheden op academische niveau actualiseren en verdiepen. Bij de keuze voor een opleiding is het belangrijk van tevoren na te gaan wat je zelf wilt. Heb je een wettelijk erkende graad nodig, een MBA, of maakt dat niet zoveel uit? Oriënteer je goed op de inhoud van de opleiding. Probeer met oud-studenten te praten en onderzoek of de opleiding te combineren is met je werk en privéleven. Een masteropleiding is tenslotte niet iets dat je er ‘even bij doet’.
(tekst Twan Geurts)