Philippe Naert van Tias: 'Wij maken de McKinsey's van deze wereld overbodig'

Door Frank van Empel

Opleidingen nu belangrijker dan ooit


Nu het wat minder goed gaat met de economie bezuinigen bedrijven onder meer op hun opleidingen. 'Fout,' vindt directeur Philippe Naert van Tias Business School, leverancier van tal van vervolgopleidingen. 'Er moet juist méér in kennis en mensen worden geïnvesteerd.' 'Wat doen bedrijven nu het wat minder goed gaat met de economie? Die snijden in hun uitgaven en ontslaan mensen om zo de winst op korte termijn weer wat op te krikken en een positieve impuls te geven aan de beurskoers van het bedrijf in kwestie. Deze kortzichtige handelswijze is typisch Angelsaksisch. Ook Europese bedrijven gaan er meer en meer toe over. Ze beroepen zich daarbij op het feit dat ze op wereldschaal concurreren en dus wel móeten. Andere bedrijven doen het immers ook. Toch is het fout. Het verdiept onnodig de crisis waarin de economie verkeert. In mijn optiek is dit juist een goede tijd om te investeren in mensen. Die kunnen nu immers onder minder grote druk opleidingen volgen dan in tijden van hoogconjunctuur. In tegenstelling tot wat veel managers denken zal een dergelijk anti-cyclisch beleid niet meer geld kosten. Ga maar na: als je mensen ontslaat moet je daarvoor afvloeiingspremies betalen. Wil je later, als de economie weer aantrekt, weer mensen aannemen dan moet je kosten voor werving en selectie maken. En het is maar de vraag of je zulke goede mensen terugkrijgt als je nu hebt. In het slechtste geval ben je veel geld kwijt aan de opleiding van nieuwe mensen.

Ontslag van mensen komt bovendien de loyaliteit van het zittende personeel niet ten goede. Mensen voelen zich bedreigd. Er kruipt angst in je organisatie. Wat kost dat allemaal niet? Dat is niet in geld uit te drukken.
'Daar komt bij dat we meer dan ooit leven in een kennismaatschappij, waarin kennis snel deprecieert. Bedrijven moeten juist extra geld investeren in het integreren en assimileren van nieuwe kennis in plaats van te beknibbelen op kosten. Door te investeren in opleidingen investeer je in het aanpassingsvermogen van mensen en organisaties. In het bedrijfsleven vragen ze altijd meteen: "wat heb ik er direct aan?" Welnu, mensen met een hogere beroepsopleiding of een academische opleiding geven vrijwel altijd te kennen dat ze veel aan hun vervolgopleiding hebben gehad. En dan doelen ze niet zozeer op de toename van hun parate kennis, maar vooral op hun geneigdheid om te veranderen, op hun toegenomen veranderingscapaciteit. Dat komt de bedrijven waarvoor zij werken indirect ten goede. Als de markt iets vraagt van mensen, dan is het wendbaarheid. Met name de langer lopende opleidingen helpen mensen en organisaties aan dergelijke vaardigheden.'

Transparant


Probleem voor veel ondernemingen is dat het aanbod van opleidingen enorm groot en derhalve weinig transparant is. 'We hadden hier laatst iemand van de inkoopafdeling van ING Nederland op bezoek,' zegt Philippe Naert. 'Eén van zijn opdrachten was om de opleidingsmarkt in kaart te brengen. Hij kwam er achter dat er alleen al bij de ING Groep gebruik werd gemaakt van 780 opleidingsbedrijven. Daar zitten ook heel kleine bedrijfjes bij, die gespecialiseerd zijn in het geven van communicatietrainingen en dergelijke. Maar toch, het zijn er veel. Ik ben dan ook blij dat er nu, in navolging van de Verenigde Staten, nu ook in Nederland ratings voor opleidingen komen, die het kaf wat van het koren scheiden.'
Naert doelt onder meer op het tweejaarlijkse onderzoek van het weekblad Intermediair naar de beste MBA's van Nederland, waar Tias goed uit de bus kwam.

Kapitaliseren


Speciaal voor C&A België werd door Tias een master of retail management programma ontwikkeld. In de aanloop naar dat programma vroeg de topman van C&A België zich zoals zoveel topmanagers af of hij daarmee niet investeerde in kwaliteit die ten goede komt van de concurrentie. Mensen met zo'n vervolgopleiding hebben immers een hogere marktwaarde. Er wordt aan getrokken. 'Ik raadde hem aan om zijn opleidingsbeleid in te kaderen in een management development beleid,' zegt Naert. 'Als je twintig tot veertigduizend euro in iemand investeert moet zo iemand niet dezelfde baan houden. Je moet deze mensen nieuwe uitdagingen bieden, zodat ze hun pas verworven kennis en capaciteiten binnen de eigen organisatie kunnen kapitaliseren. Opleidingen moeten waarde toevoegen voor het individu, maar ook voor de organisatie die het allemaal betaalt. Vroeger was het volgen van een opleiding een beloning voor mensen die goed presteerden. Nu willen bedrijven vooral weten wat de return on investment is. Beide zaken zijn belangrijk.'

Direct profijt


Tias Business School verzorgt geen voltijd MBA opleidingen, maar is gespecialiseerd in parttime opleidingen voor executives. 'Het grote voordeel daarbij is de afwisseling van leren en werken,' zegt Naert. 'Dat is de dominante trend bij vervolgopleidingen. Voortdurend wordt de link gelegd naar: wat betekent het voor mijn bedrijf; hoe kan ik deze kennis in de praktijk toepassen? Mensen worden hier twee weken ondergedompeld in kennis en keren dan terug in de realiteit van de organisatie waar ze werken. Als ze hier weer terugkomen stellen ze vragen. Zo is sprake van voortdurende reflectie, een wisselwerking tussen kennis en kunde. Mensen en bedrijven hebben direct profijt van de opleiding. Onze visie steunt op twee pilaren. In het Engels, de voertaal hier: frontiers of knowledge en practice based learing. Het eerst houdt in dat de opleidingen zijn ingebed in een kennisbedrijf dat aan wetenschappelijk onderzoek doet: de Universiteit van Tilburg. Die timmert flink aan de weg en heeft een uitstekende reputatie, met name op de gebieden die interessant zijn voor het bedrijfsleven: marketing, finance en international business. Onze opleidingen zijn niet vrijblijvend, maar sluiten aan bij de praktijk. Wij bieden bedrijven maatwerk en werken op projectbasis. De kernfilosofie van project based learning is dat we directies van werkmaatschappijen of andere hooggeplaatste functionarissen een aantal problemen laten formuleren die belangrijk zijn voor de betreffend organisatie. Daar gaan we vervolgens oplossingen voor bedenken. We hadden hier 25 mensen van C&A België in een company specific programma. Per vijf medewerkers hebben we een afstudeeropdracht laten formuleren door een lid van de Raad van Bestuur. Elk lid van de Raad van Bestuur werd zodoende eigenaar van één van de projecten. Eén van de opdrachten luidde: maak een zero based businessplan voor C&A België. Toen het klaar was zei de Raad van Bestuur: "voer het maar uit!" Directer profijt kun je niet hebben. Het werkt fantastisch. Door deze manier van werken internaliseer je als organisatie een hoop consultancy werk. Wij maken we het werk van de McKinsey's van deze wereld overbodig.'

E-learning


Volgens Naert bestaat er geen beste manier van leren. 'Je krijgt juist toegevoegde waarde door bepaalde didactische aanpakken, zoals fysiek en virtueel leren, te combineren. Het is wel belangrijk dat mensen elkaar eerst gezien hebben voor we met e-learning starten. Aan het begin van het jaar komen ze hier bij elkaar. Daarna gaan ze een paar maanden virtueel leren. Afhankelijk van hun werkervaring delen we mensen in in groepen, die zo gedifferentieerd mogelijk zijn samengesteld. Bijvoorbeeld met mensen van financiële instellingen en industriële bedrijven kris kras door elkaar. Ik heb het dan over onze executive MBA- en open programmes. We vinden het belangrijk dat mensen van elkaar leren. Mensen die achterstand oplopen kunnen de hulp van anderen inroepen. Vaak gaat dat per e-mail. Het werkt écht. Ze steunen elkaar wanneer iemand het niet meer ziet zitten en zijn nooit te beroerd om anderen te helpen. Uiteindelijk komt de groep weer fysiek samen - zes dagen per week, zes uur per dag - voor groepsopdrachten en case studies. De combinatie van leermethoden zorgt voor een multipliereffect waarvan zowel individuen als organisaties profiteren.'