Afwegingen die je dient te maken bij de keuze van een opleiding

Wie besluit een opleiding naast een (fulltime) baan te gaan volgen is gemotiveerd. Die motivatie kan van buiten komen (de organisatie waar je werkt eist of stimuleert het)of vanuit jezelf (intrinsieke zelfontwikkeling). Wie begonnen is met het volgen van een opleiding merkt dathet vaak moeilijk is gemotiveerd te blijven.

Een goed doordachte keuze van de juiste opleiding is van groot belang. Motivatie blijkt een resultante te zijn van nut en haalbaarheid. Een opleiding dient nuttig te zijn in termen van onder andere onderwerpen, vertaling naar de praktijk, opdoen van netwerkrelaties en een verbreding van het beeld waarmee men zaken benadert. Daarnaast dient men het gevoel te hebben dat de opleiding haalbaar is. Het gaat hierbij onder andere om niveau, didactische vorm en vereiste tijdsbesteding. Het blijkt dat zowel een onhaalbare als een te eenvoudig haalbare opleiding niet motiveert. Dit artikel gaat op praktische wijze in op een aantal afwegingen, die je dient te maken bij de keuze vaneen opleiding.

 

 

1) Niveau


De eerste vraag die je jezelf dient te stellen is het niveau van de opleiding. Hierbij kanworden gedacht aan mbo, hbo, Post-hbo of Academisch niveau. Bijvoorbeeld een mbo’er die door wil groeien, zal veelal kiezen voor een opleiding op hbo-niveau. Let hierbij op de door de opleiding gestelde ingangseisen. Ga bijvoorbeeld na in hoeverre er eisen zijn met betrekking tot wiskundige voorkennis en in welke taal de gebruikte literatuur is. Let ook op welke wijze een opleiding wordt afgesloten. Soms zijn er strakke eisen met betrekking tot het afleggen van een tentamen terwijl bij andere opleiding slechts aanwezigheid vereist is.

 

 

 

2) Algemeen of specifiek


Een opleiding kan smal gedefinieerd zijn en zich specifiek richten op een bepaald onderwerp zoals Projectmanagement, Excel of ADR (Gevaarlijke Stoffen). Een algemene opleiding wordt veelal breed ingevuld. Hierbij kan gedacht worden aan Bedrijfskunde of Bedrijfseconomie. Voordelen van een algemene opleiding is dat je je meer in de breedte kunt oriënteren en relaties kunt leggen tussen verschillende vakgebieden. Met een specifieke opleiding kun je meer diepgang bereiken door gericht in te gaan op een bepaald onderwerp.

 

 

 

3) Individueel of groep


Als je individueel een opleiding volgt, geeft dit veelal een grote vrijheid naar plaats, tijd entempo van de te volgen opleiding. Aan de andere kant zou je de steun van een groep kunnen missen. Als groep ben je meer dan de som der delen en het is makkelijk elkaar te motiveren. Bovendien kun je veel van elkaar leren.

 

 

 

4) Homogeen of heterogeen


Je kunt ervoor kiezen je opleiding te volgen in een homogene groep die bestaat uit personen vanuit hetzelfde bedrijf (incompany), branche of met soortgelijke ervaring. Een opleidingsinstituut kan zich nadrukkelijk richten op een bepaalde groep studenten. Zo is bijvoorbeeld de opleiding Bedrijfskunde voor Technici toegespitst op technisch opgeleide personen die zich willen verbreden naar de bedrijfskunde. Het kiezen voor een heterogene groep houdtin dat u de opleiding volgt met personen vanuit verschillende bedrijven en/of branches. Hierdoor wordt het ‘buiten het bedrijf denken’ geactiveerd. Het netwerken met studiegenoten kan erg interessant zijn. In figuur 1 zijn de aspecten homogeen/heterogeen en individueel/groep met enkele voorbeelden weergegeven.

 

 

 

Lang of kort


Lange opleidingen kennen naast een meer substantiële diepgang of breedte vaak een intensievergroepsproces. Ook is het realiseren van projecten binnen de cursussen goed mogelijk. Bij korte cursussen is veelal de diepgang of breedte wat minder, echter het is gemakkelijker te plannen en overzichtelijker. Ook zijn korte cursussen geschikt voor een eerste oriëntatie binnen een vakgebied. Daarnaast speelt een aantal praktische overwegingen een rol (zie punt 8).

 

 

 

Theorie of praktijk


De keuze van theorie of praktijk is vaak afhankelijk van het onderwerp. Bepaalde onderwerpenhebben een meer theoretisch karakter, bijvoorbeeld basiswiskunde. Van groot belang zijn de docenten die lesgeven. Dit kunnen adviseurszijn die veel (bedrijfs)projectervaring hebben of docenten die vanuit een theoretisch perspectief het onderwerp benaderen. Bedenk van tevoren of het eerste doel het verkrijgen van basiskennis is of dat praktijkervaring op de eerste plaats staat. Bovendien dient u hierbij de gebruikte didactiek in overweging te nemen. Op welke wijze wordt de theoriekennis en/of praktijkervaring overgedragen. Denk hierbij aan frontaal onderwijs (colleges), Probleemgestuurd Onderwijs1 (PGO), workshops, (groeps)projecten, etcetera.

 

 

 

Functioneel of thematisch


In een thema komen de te benaderen (functionele) vakgebieden samen. De toepasbaarheid van en de samenhang met de vakgebieden wordt duidelijk. Natuurlijk moet de docent voldoende multidisciplinair zijn om het thema vanuit verschillende vakgebieden te kunnen behappen. Als voorbeeld kan het onderwijs op de Vervoersacademie worden genomen. Hier worden functionele vakken zoals wiskunde,techniek, economie, Engels, Duits etc. naar logistieke thema’s als distributie, warehousing of interne logistiek geschreven. Binnen elk thema komen verschillende vakgebieden op een voor dat thema relevante wijze terug. Bij een functionele inrichting is het eenvoudiger om functionele specialisten in te zetten. De samenhang binnen de totale cursus is vaak voor de cursisten lastig.

 

 

 

Praktische randvoorwaarden


Tenslotte is er een aantal praktische zaken die in de beslissing bij de te kiezen opleiding meegenomen dienen te worden. Hierbij kan worden gedacht aan prijs, afstand leslocatie, tijdstip lessen, etcetera.

 




1. Leren wordt gedreven door uitdagend ‘open-einde’ probleem, studenten werken in groepen en de docent heeft veelal een faciliterende en coachende functie.