Coaching en coaches steeds professioneler

Coachen is een betrekkelijk jong vak dat in hoog tempo professionaliseert. Dit hangt samen met de toenemende druk die zowel managers als medewerkers in organisaties ervaren.

We hebben allerlei elektronische hulpmiddelen ontwikkeld om ons het leven gemakkelijker te maken, maar we hebben het drukker dan ooit. We zijn continu online, maar er is nog steeds weinig verbinding; we zijn altijd mobiel bereikbaar, maar we kunnen elkaar nog steeds niet echt verstaan. We hebben moderne, snelle auto’s waarmee we twee keer per dag niet sneller dan een slak gaan. Tegelijkertijd zijn we niet meer gewend om te wachten, iedereen wil aandacht en wel direct. Als iemand binnenkomt met een vraag hebben we het gevoel dat we die persoon niet zonder antwoord mogen laten vertrekken. We hebben te maken met belangrijke targets en strakke deadlines die gehaaldmoeten worden. De economische, financiële en operationele druk, kortom, de prestatiedruk is groter dan ooit en van leidinggevenden wordt ook nog eens verwacht dat zij hun medewerkers niet alleen leiden, maar vooral inspireren en motiveren. Dan is coaching geen overbodige luxe.

 

 

Wat is coachen eigenlijk?


Er zijn vele pogingen gedaan tot het beschrijven en definiëren van coaching. In 1992 bracht John Whitmore in Engeland coaching als volgt onder woorden: “iemands potentieel mobiliseren voor een maximale prestatie”. Hij vond dat coaching eerder iemand helpen leren was, dan iemand onderwijzen. Daarnaast kwamen de meer instructief werkende coaches met woorden als observeren, suggesties bieden, feedback geven, nieuwe taken geven en aandacht opnieuw richten, allemaal met het doel om een optimale prestatie te leveren. In Nederland werden juist deze instructieve aspecten niet als coaching gezien maar meer als adviseren.
De definities van coaching weerspiegelen het perspectief van waaruit naar coaching wordt gekeken. Laten we daarom eens kijken naar de aard van coaching, het wezen van de professie.

 

 

 

De aard van coaching


In het algemeen kunnen we zeggen dat coaching zich bezig houdt met het faciliteren van cognitieve, emotionele en gedragsveranderingen, gericht op het bereiken van doelen. Meestal is coaching werkgerelateerde, maar de vragen kunnen ook het privéleven betreffen; vaak ligt er achter een werkgerelateerde vraag een dieper persoonlijk vraagstuk.
Coaching is gericht op ‘gezonde’ mensen, dat wil zeggen, mensen die niet gediagnosticeerd zijnmet een psychische aandoening. Hier ligt gelijk een onderscheid met de klinische psychologie, die meer gericht is op psychische diagnostiek en zich meer beweegt in de pathologische sfeer met woorden als “patiënt, psychische aandoening, symptoom, syndroom, diagnose, klinisch, therapie, genezen”. In deze sfeer is sprake van een patiënt-therapeut relatie, waarin het gevaar van afhankelijkheid dreigt.
Coaching richt zich, als een soort ‘positieve psychologie’, op zowel het herstellen van wat zwak is, als het versterken van iemands kracht, en gebruikt andere woorden: “cliënt of coachee, coachvraag, doelstelling, sessie of gesprek, traject, versterken, ontwikkelen”. Alleen al door het gebruik van een andere, meer neutrale terminologie ontstaat er een meer gelijkwaardige relatie tussen coach en cliënt. Coachen heeft ook te maken met bewustwordingvan (onbewuste) belemmerende dan welstimulerende gedachtepatronen.

Wanneer we de aard van coaching nu nader bestuderen, kunnen we een aantal kernthema’s ontdekken, zoals:
• Er is sprake van een gelijkwaardige relatie tussen coach en cliënt.
• Het gaat om faciliteren van leren, in plaats van instrueren of onderwijzen; dit houdt in dat de wil van de cliënt een belangrijke rol speelt.
• De eigen kracht(bronnen) van de cliënt worden aangeboord, evenals zijn eigen verantwoordelijkheid; de cliënt veroorzaakt uiteindelijk zijn eigen verandering.
• Coaching is gericht op het bereiken van doelen (toekomst) in plaats van het analyseren vanproblemen (verleden), of het diagnosticeren.
• Coachen is gericht op de persoon, de mens en zijn potentie, in plaats van op een aandoening, een diagnose of een probleem.
• Coachen is gericht op ontwikkeling en groei en zowel op helen als op versterken.
• Coachen gebeurt methodisch: met inzet van methoden en technieken waarvan de effectiviteit is gebleken dan wel bewezen.
• Coachen gebeurt ook fenomenologisch, d.w.z. aan de hand van directe, intuïtieve ervaringen van verschijnselen die zich voordoen (beleving), waarbij het niet-weten een gegeven is, waardoor de coach steeds met een nieuwe blik en in verwondering bij het verhaal en de beleving van de cliënt kanaansluiten. Dit bevordert het stellen van vragen en het doorvragen.

 

 

 

Methodisch en fenomenlogisch zijn verbonden


Belangrijk in het methodisch werken is de zinsnede “waarvan de effectiviteit is gebleken dan wel bewezen”. Dit is nog lang niet altijd hetgeval in coaching. Dat wil zeggen, vele methoden en technieken blijken te werken, doch zijn nog niet wetenschappelijk onderzocht op hun werking en (duurzame) effectiviteit. Het is voor de professie van belang om coaching ‘evidence based’ te maken, dus gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Dit streven staat nog in de kinderschoenen. Onder andere aan de Albauniversity is onderzoek gestart naar de werking van en de effectiviteit van enkele methoden en technieken in coaching.
De fenomenologie is hier evenwaardig mee verbonden en heeft te maken met datgene wat niet met harde feiten en data verklaard of aangetoond kan worden, maar er niettemin wel is: verschijnselen, die zich voordoen in de ervaring, beleving, intuïtie, bezieling, creativiteit, waarbij de fenomenen als werkelijkheid worden gehanteerd ondanks het niet-weten. De coach heeft ook hiermee te maken en juist de houding van het niet-weten bevordert de essentie van het coachen: aansluiten bij de ander, vragen stellen en dóórvragen.

 

 

 

Definitie van coaching


De aard van coaching beschouwend, komen wij tot de volgende definitie:
“Coachen is het op methodische en fenomenologische wijze faciliteren van het leer- en ontwikkelingsproces van de cliënt teneinde de cliënt te helpen om in zichzelf te veranderen wat hembelemmert en te versterken wat hem stimuleert, om zijn doelen te bereiken”.

 

 

 

De coach


Er zijn (gelukkig!) veel mensen die anderen helpen (buren, vrienden, vreemden, vrijwilligers, hulpverleners); en er zijn veel mensen die anderen helpen of adviseren, die zich coach noemen, maar dat wil nog niet altijd zeggen dat ze het ook zijn. Het beroep van coach is tot op heden geen beschermd beroep, echter, zowel binnen de professie als bij gebruikers van coaching (opdrachtgevers, cliënten) ontstaat een steeds professioneler beeld. Het is allang niet meer vanzelfsprekend dat iemand die een bordje “Coach” op zijn deur hangt ook als zodanig wordt ingehuurd, en áls dat al gebeurt, dan zal het toch van de professionele kwaliteit van deze coach afhangen of hij of zij opnieuw wordt gevraagd. Opdrachtgevers en cliënten zoeken steeds vaker alleen naar goed opgeleide, professionele coaches, die bijvoorbeeld zijn aangesloten of geregistreerd bij de NOBCO. De opleiding, training en ervaring van de coach spelen terecht een steeds grotere rol bij het kiezen van een coach. Een goed opgeleide en getrainde coach beschikt over de juiste mix van Kennis, Vaardigheden, Attitudes en Wijsheid om het vak competent uit te oefenen, dit maakt de coach tot professional. Dit brengt ons bij de definitie van de coach:
“Een coach is een opgeleide en getrainde professional die op methodische en fenomenologische wijze zijn cliënt of een team helpt te veranderen wat belemmert en te versterken wat stimuleert om bepaalde doelen te bereiken”.

 

 

 

Onderscheid


Het is belangrijk om het onderscheid met aanpalende beroepen in beeld te hebben. Een coach is:
• Geen docent die kennis overdraagt
• Geen baas die zegt wat je moet doen
• Geen adviseur die zegt wat hij vindt dat je zou moeten doen;
• Geen psychotherapeut, die diepgaand in het verleden wroet of problemen analyseert.
De coach zegt: “Wij zijn gelijkwaardig. Ik ga ervan uit dat je zelf de antwoorden op je vragen in je hebt en ik wil je helpen de antwoorden boven water te krijgen en zelf te ontdekken wat je zou kunnen veranderen (belemmeringen) of versterken (competenties, stimulansen) om je doelen te bereiken”. Een coachend leider hanteert in wezen dezelfde uitgangspunten.

 

 

 

Gedegen erkende opleidingen


Helaas zijn er mensen die zich zonder opleiding coach noemen en meer kapot maken dan goed doen, maar die uitzonderingen zijn geen afspiegeling van de werkelijkheid. Coaching is geprofessionaliseerd. Er zijn steeds meer degelijke opleidingen, deze opleidingen worden getoetstop hun kwaliteit en krijgen een erkenning, zoals de post-hbo erkenning. Afgestudeerde coaches worden opgenomen in het post-hbo Register. De meeste opleidingen bevinden zich op hbo- of post-hbo-niveau en hebben een duidelijke doelstelling: professionele coaches afleveren die voldoende kennis, inzicht en kunde in hun ‘bagage’ hebben verworven waarmee zij zelfstandig een effectief traject kunnen afleggen met de cliënt en de gewenste resultaten bereiken. Goed opgeleide gediplomeerde coaches hebben een brede, eclectische opleiding gehad en hebben met goed gevolg examen gedaan in theorie en praktijk.
Tegenwoordig zijn er academische opleidingen, waarbij Mastergraden kunnen worden gehaald, en er wordt, zij het nog op kleine schaal, onderzoek gedaan voor meer wetenschappelijke fundamenten onder coaching.

 

 

 

Resultaatgericht


Coaches richten zich vooral op de werkende mens, die binnen komt met een werkgerelateerde vraag. Een professionele, goed opgeleide coach kan deze vraag ‘vertalen’ naar meetbare, haalbare doelen, en gaat met de cliënt (of een heel team) een traject aan, gericht op hetbehalen van deze doelen. Coaches werken dus heel resultaatgericht. Daar waar men vanuit de werkgerelateerde vraag stuit op een belemmering van meer persoonlijke aard is de coach in staat om die belemmering naar boven te halen en samen met de cliënt om te zetten naar een stimulans. Een goed opgeleide coach werkt niet alleen op competenties maar helpt de cliënt zich ook persoonlijk te ontwikkelen. Hij richt zich op de professionele èn de persoonlijke ontwikkeling van de cliënt of het team en hij heeft daarvoor meerdere methoden en technieken tot zijn beschikking. De coach heeft ook de wijsheid om te weten in welke situatie hij welk instrument het beste kan inzetten. Bovendienweet hij ook waar zijn grenzen liggen, wanneer de vraag niet meer bij coaching hoort en naar wie hij dan kan doorverwijzen.

 

 

 

Duurzame effectiviteit bewezen


De effectiviteit van professionele coaching is elf jaar geleden, in 1997 al aangetoond. In een artikel in het blad Personnel Management werd op basis van onderzoek betoogd dat de effectiviteit van trainingen, wanneer ondersteund door coaching, toeneemt met 20%. Door middelvan nul- en eindmetingen kan worden aangetoond dat de prestaties van de cliënt op punten waar specifiek op gecoacht is, soms tot 75% zijn verbeterd. En het gaat hier om duurzame effectiviteit, tussen de nul- en de eindmeting uit heel recent onderzoek zat bijna een jaar. Alleen werkgevers kunnen uitrekenen wat het voor hun organisaties betekent als hun werknemers met dit soort percentages beter gaan presteren.