Opleiding kost minder dan u denkt

Auteur: Frank Bakker
Functie:
Managing Director BPP Nederland BV.

Nederland kent de zogenaamde WVA-regeling. WVA staat daarbij voor Wet Vermindering Afdracht Loonbelasting en premies Volksverzekeringen. Veel aanbieders van met name hbo-opleidingen of opleidingen op hbo-niveau schermen met het feit dat de WVA-regeling van toepassing zou zijn op het door hun aangeboden programma met als resultaat dat de opleiding, na fiscaal voordeel, per saldo € 5.412 goedkoper is. In de kern klopt dit ook wel, zij het dat werkgever, student en opleider aan diverse voorwaarden moeten voldoen. Niet elke aanbieder is daar even zorgvuldig over in haar communicatie, zodat vele werkgevers zonder dat zij het weten het risico lopen forse naheffingen te krijgen als de belastingdienst de regelgeving juist toepast.


Er bestaan 9 categorieën afdrachtvermindering onderwijs.


In de basis zijn de regelingen bedacht om de scholing van werknemers te stimuleren. Hiermee wordt vorm gegeven aan de kenniseconomie die de Nederlandse overheid nastreeft. Elke regeling kent zijn eigen voorwaarden en hoogte van afdrachtvermindering. In dit artikel zoomen we met name in op de regeling in het kader van de initiële opleiding in het hoger beroepsonderwijs. Graag geef ik u toch een overzicht van alle mogelijkheden. U kunt ze vinden onder het kopje: zakelijk, personeel en loon en afdrachtverminderingen onderwijs. De WVA-regelingen in het kader van onderwijs worden genoemd op www.belastingdienst.nl, zoals hieronder weergegeven.

Er zijn 9 categorieën werknemers en leerlingen waarvoor u afdrachtvermindering onderwijs kunt aanvragen.
U hebt recht op de afdrachtvermindering onderwijs als u een werknemer of leerling in dienst hebt die:
 

  1.  de beroepspraktijkvorming volgt van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) op grond van een leer-werkovereenkomst tussen u, de werknemer en de onderwijsinstelling.
  2. is aangesteld als assistent in opleiding (AIO) of als promovendus bij een universiteit of is aangesteld als onderzoeker in opleiding (OIO) bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek of de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen of bij een onderzoeksinstelling die onder een van deze 2 instellingen valt. De aanstelling moet geregeld zijn in een overeenkomst tussen degene bij wie de werknemer is aangesteld en een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO.
  3. is aangesteld bij een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO, een loon ontvangt dat overeenkomt met het loon van een AIO of promovendus en promotieonderzoek doet op grond van een overeenkomst tussen degene bij wie de promotieonderzoeker is aangesteld en een universiteit.
  4. werk doet in het kader van een initiële opleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo) op grond van een onderwijsarbeidsovereenkomst tussen de werkgever, de werknemer en de hogeschool. De werknemer mag niet zijn ingeschreven als voltijdstudent. De afdrachtvermindering is alleen van toepassing als het werk in een aangewezen bedrijfssector wordt gedaan en bovendien aansluit bij de opleiding. Voor meer informatie over de aangewezen bedrijfssectoren kunt u terecht bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Afdeling Informatiecentrum onderwijs, telefoonnummer (079) 323 26 66.
  5. een voormalige werkloze is die aangewezen scholing volgt die erop gericht is hem op startkwalificatieniveau te brengen. Bij scholing op startkwalificatieniveau gaat het om scholing die maximaal opleidt tot mbo 2-niveau. De opleidingen die hieraan voldoen, zijn mbo-opleidingen van niveau 1 (assistentenopleiding) en 2 (basisberoepsopleiding) uit het zogenaamde Crebo-register dat wordt vastgesteld door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
  6. een leer-werktraject volgt in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsbegeleidende leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). De leerling moet werkzaamheden verrichten in het kader van een leerwerkovereenkomst tussen u, de leerling, de onderwijsinstelling en het landelijk orgaan voor het beroepsonderwijs. Een arbeidsovereenkomst is hierbij niet nodig.
  7. gedurende ten minste 2 maanden een stage volgt in het kader van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2. Deze stage moet plaatsvinden op grond van een leerwerkovereenkomst tussen u, de onderwijsinstelling en de stagiair.
  8. een procedure Erkenning verworven competentie (EVC-procedure) volgt bij een erkende EVC-aanbieder.
  9. onderwijs voor een verhoging van het opleidingsniveau.

 

WVA in het kader van een initiële opleiding in het hoger beroepsonderwijs


Aantrekkelijke regeling met een maximaal voordeel van € 5.412,-

Als u voldoet aan alle voorwaarden is deze regeling zeer interessant. In twee jaar tijd kan de afdracht loonbelasting en premies volksverzekeringen verlaagd worden met € 2.706 per jaar per student die aan de voorwaarden voldoet. Dat levert een aanzienlijke compensatie van de studiekosten op. In sommige gevallen kan het zelfs zo zijn dat de compensatie groter is dan de hoogte van de studiekosten zelf.


Wanneer komt u hiervoor in aanmerking

De voorwaarden die worden gesteld komen in het geval van deze specifieke regeling van twee ministeries. In eerste instantie stelt het Ministerie van Financiën bepaalde eisen, maar daarnaast zijn er ook voorschriften van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen. Als aan alle voorwaarden voldaan wordt is de vermindering van de afdracht gerechtvaardigd.

U dient aan de volgende eisen te voldoen.[1]

  • Er dient sprake te zijn van een leerwerktraject[2] (werknemer-student), de werknemer mag niet ingeschreven staan als voltijdstudent.
  • Bedrijven moeten tot de sectoren behoren waarvoor de fiscale tegemoetkoming van toepassing is.
  • Het minimaal aantal te behalen studiepunten ligt op 60 studiepunten van een opleiding met een norm van 120 studiepunten die deel uitmaakt van een geaccrediteerde hbo-opleiding (240 studiepunten). Het behalen van dit minimum is noodzakelijk om in aanmerking te komen voor de afdrachtvermindering.
  • Er dient een onderwijsarbeidsovereenkomst afgesloten te worden tussen werknemer, werkgever en hogeschool. Een kopie hiervan dient u te bewaren bij uw loonadministratie tezamen met het overzicht recht op fiscale tegemoetkoming.
    • In de onderwijsarbeidsovereenkomst moet minimaal worden vastgelegd:
    •  Het aantal studiepunten dat de werknemer krijgt in het kader van het praktijkdeel van de opleiding bij de werkgever.
    • De periode(n) waarop de overeenkomst betrekking heeft van tenminste 6 maanden of twee maal 4 maanden praktijk van 32 uur per week.
    • De aard en omvang van de begeleiding door de hogeschool en de werkgever.
    • De te realiseren leerdoelen in de praktijk en het daarmee samenhangende theoriedeel.
    • De wijze van beoordeling van de praktijk.
    • De functie-inhoud, de vergoeding en de andere arbeidsvoorwaarden.
    • Bepalingen over ontbinding van de overeenkomst om onderwijskundige redenen.



Hoogte van de afdrachtvermindering

U hoeft het loon uitsluitend te toetsen aan hettoetsloon als de werknemer jonger is dan 25 jaar. Bij deeltijdwerkers, werknemers zonder overeengekomen arbeidsduur en bij beloningen naar prestatie moet u het toetsloon en het bedrag van de afdrachtvermindering berekenen met een deeltijdfactor.


Duur afdrachtvermindering

De afdrachtvermindering geldt zolang aan de voorwaarden wordt voldaan met een maximum van 24 maanden per werknemer. Voor werknemers met een kortere arbeidsduur per week (deeltijd) kan eventueel een langere periode gelden, indien nog aan de voorwaarden wordt voldaan. U kunt de afdrachtvermindering niet meer toepassen als een werknemer het examen heeft gehaald of tussentijds met zijn opleiding is gestopt.


Waar kan het fout gaan?

Het moge duidelijk zijn dat de belastingdienst gerechtigd is geld van de werkgever terug te vorderen als er onterecht gebruik gemaakt is van deze regeling. U dient daarbij onder andere op de volgende zaken te letten:

  • Maakt de opleiding waar mijn werknemer aan deelneemt wel deel uit van een hbo-opleiding met 240 studiepunten en een traject met een norm van 120 studiepunten?
  • Is de hbo-opleiding waar het traject deel vanuit maakt wel geaccrediteerd door de NVAO (de Nederlandse en Vlaamse Accreditatie Organisatie)
  •  Is de koppeling met de praktijk wel gegarandeerd. Vaak gebeurt dit onder andere door de verplichting voor de student in te bouwen dat er beroepspraktijkopdrachten moeten worden aangeleverd.
  • Uw werknemer dient daadwerkelijk minimaal 60 studiepunten te behalen. Houdt u vinger dus aan de pols! Als uw werknemer stopt met de opleiding hoeft dit geen consequenties te hebben, maar wel als er nog geen 60 studiepunten zijn behaald.
  • Voldoe ik wel aan alle voorwaarden.



Waar liggen de kansen?

  • Allereerst wordt het behalen van een hbo-getuigschrift voor een werknemer kostentechnisch gezien aantrekkelijk voor de werkgever. Er kan maar liefst € 5.412 aan kostenbesparingen per werknemer/student gerealiseerd worden.
  • Omdat het minimum te behalen studiepunten 60 bedraagt kan het zelfs zo zijn dat de opleiding u minder kost dan de fiscale tegemoetkoming. Sommige werknemers en werkgevers zijn namelijk geïnteresseerd in een deel van de hbo-opleiding met 240 studiepunten. Zolang er maar 60 studiepunten worden behaald blijft afdrachtvermindering mogelijk.
  • Vrijstellingen voor delen van de opleiding mogen worden meegeteld bij de behaalde studiepunten, dus ook bij het aantal minimum te behalen studiepunten. Dat kan betekenen dat de extra investering in een aantal gevallen gering is en de fiscale tegemoetkoming groot.
  • Het kan bijzonder aantrekkelijk zijn om incompany opleidingen te organiseren indien u meerdere medewerkers hebt die hetzelfde traject moeten afronden.



Voorbeelden van opleidingen waar deze regeling op van toepassing is

Instituten als ISBW, Schoevers en Markus Verbeek Praehep zijn vrij uitgebreid in de voorlichting over verschillende WVA-regelingen waarbij de laatstgenoemde een aantal trajecten heeft waar de in dit artikel behandelde specifieke regeling op van toepassing is. Het gaat dan in het bijzonder om:

  • De Vakopleiding Financiële Administratie; aantrekkelijk voor zij die opleidingen als MBA (Moderne Bedrijfsadministratie), VBA, hbo SPD Bedrijfsadministratie of hbo Accountancy volgen of (delen) daarvan al gevolgd hebben.
  • De Vakopleiding Payroll Professional; financieel interessant voor PDL kandidaten, VPS, CBC of hbo Management Payroll Services.
  • De Vakopleiding Fiscale Economie; eveneens interessant voor MBA (Moderne Bedrijfsadministratie) en hbo Fiscaal Recht.


Inconsistente signalen van de Belastingdienst en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap



Om duidelijkheid te krijgen over de gestelde eisen heeft u te maken met beide organisaties. Na telefonisch contact met het ministerie en de belastingdienst blijkt de belastingdienst niet zozeer te letten op het aantal behaalde studiepunten, maar concentreert zich meer op het compleet zijn van de overeenkomst tussen student, werknemer en opleider. Het is dus van belang dit goed op orde te hebben. Aan de andere kant gelden de vereisten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen net zo hard. Vaak wordt daar door verschillende opleiders overheen gekeken, er vanuit gaande dat de belastingdienst hier geen rekening mee houdt. Durft u het aan? Ook hier geldt: “Bij twijfel niet oversteken”, op termijn zou het u voor verrassingen kunnen stellen.
 

[1] Bron: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
[2] Leerwerktraject: aantoonbare, samenhangende relatie werk en onderwijs, redelijke salariëring voor het werk en voldaan aan kwaliteitseisen en wettelijk eindniveau hbo-opleiding.