Tips voor de top

Marike van Zanten is freelance journalist. Voor haar boek ‘Mevrouw, mijne heren...’ interviewde ze 25 topvrouwen over hun drijfveren, carriérestrategie en persoonlijke offers. Het boek biedt de aanstormende generatie vrouwen een routekaart voor de top en was genomineerd voor Managementboek van het Jaar 2006.


Hoe krijg je meer vrouwen naar de top? Vrouwen moeten fulltime gaan werken, voor de lijn kiezen en zich zichtbaarder opstellen. Mannen moeten niet automatisch een kloon van zichzelf benoemen en de deur dichthouden voor vrouwen met een minder traditioneel cv.

Een tegeltjeswijsheid luidt: “Vrouwen moeten twee keer zo goed zijn als een man om half zo goed gevonden te worden.’ En meteen erachteraan: ‘Maar dat is zó makkelijk.’ Het lijkt voor vrouwen inderdaad niet zo moeilijk te zijn om beter te zijn dan mannen. Meisjes halen op de basisschool betere cijfers dan jongens, vormen inmiddels de meerderheid op HBO-opleidingen en universiteiten en studeren ook nog eens eerder af. Vrouwen zijn ook vaak betere managers, volgens het Leiderschapsonderzoek van Intermediair. Daaruit blijkt dat medewerkers het liefst werken voor een androgyne leider (krachtig, maar ook warm en sensitief). Dat type leider is vaker een vrouw. Hoe komt het dan toch dat het aantal vrouwen op topposities nog steeds zo gering is? Het percentage topvrouwen bij de honderd grootste ondernemingen is zelfs dalende: van 5,1 procent in 2001 naar 4,8 procent in 2003. Bij de AEXondernemingen is het beeld nog treuriger: drie vrouwen tegenover 105 mannen in de raden van bestuur en zeventien vrouwelijke commissarissen tegenover 179 mannelijke toezichthouders. Van die in totaal twintig vrouwen zijn er veertien afkomstig uit het buitenland.

Flexibele werktijden

Een belangrijke oorzaak is het feit dat Nederlandse vrouwen massaal toegeven aan de maatschappelijke druk om parttime te gaan werken als ze kinderen krijgen. Een parttime functie sluit de weg naar de top af, volgens de 25 topvrouwen die werden geïnterviewd voor het boek Mevrouw, mijne heren... Melanie Schultz van Haegen, staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, vat hun visie krachtig samen: ‘Je kunt niet parttime de baas zijn. Een olympische medaille haal je ook niet met drie dagen oefenen per week.’ De Nederlandse parttime-cultuur vormt dus eerder een hindernis dan een hulp. Waar het werkelijk om gaat is flexibiliteit. De invoering van flexibele werktijden en thuiswerken stelt vrouwen én mannen wél in staat om een topcarriére te combineren met een jong gezin. Overigens heeft een aantal van de geïnterviewde topvrouwen een huisman die thuis de boel draaiende houdt en met wie aan de keukentafel geen rivaliserende strijd over de loonstrookjes hoeft te worden gevoerd. Dinette Bekhuis bijvoorbeeld (35), algemeen directeur van Unique Nederland, heeft een man die twintig jaar ouder is en voor het huishouden zorgt. ‘Sinds mijn man thuis is, hangt alles gewassen en gestreken in de kast. Heerlijk. En als ik ‘s avonds om een uur of acht thuiskom, spring ik gezellig op het aanrecht, terwijl hij staat te koken.’

Trap niet in de stafval

Toch is het niet alleen de parttime functie die vrouwen ervan weerhoudt door te stoten naar de top. Vrouwen hebben vaak vooral een inhoudelijke ambitie: ze jagen een passie na, niet een positie. Veel vrouwen trappen daardoor in de stafval: ze kiezen voor inhoudelijk interessante staffuncties, terwijl alleen lijnervaring toegang biedt tot de top. Veel topbestuurders vinden het een te groot risico om vrouwen zonder operationele ervaring in hun raad van bestuur of raad van commissarissen op te nemen. Ze durven alleen klonen van zichzelf te benoemen en houden de deur dicht voor vrouwelijke managers met een minder traditioneel cv. Als we meer vrouwen in de top willen, zullen vrouwen zelf vaker voor een lijnfunctie moeten kiezen. Tegelijkertijd zal het bedrijfsleven de criteria voor topbenoemingen moeten verbreden en de selectieprocedures moeten objectiveren, zoals eisen dat zich onder de kandidaten altijd een of meerdere vrouwen bevinden en een gemengd selectiecomitè samenstellen. Maar dat is nog niet voldoende: veel vrouwen haken voortijdig af, omdat ze moeite hebben met de competitieve cultuur en ze de regels van het spel niet kennen. Vrouwen werken van negen tot vijf, mannen van vijf tot negen: tijdens borrels en recepties. Vrouwen doen keurig hun huiswerk voor vergaderingen, mannen lopen vooraf even binnen bij de baas. Vrouwen stellen zich vaak bescheiden en onzichtbaar op, mannen vieren hun successen en spelen zich daarmee in de kijker. Zo leed Leanne van den Hoek, de eerste vrouwelijke generaal, aan het ‘grijzemuizensyndroom’. Ze stelde zich als enige vrouw tijdens de entreecursus voor de Hogere Militaire Vorming bewust onopvallend op. ‘Terwijl je op zo’n cursus juist je kwaliteiten moet laten zien. Na een beoordeling die net niet goed genoeg was, dacht ik: ik ben niet minder dan die veertien mannen hier in de klas. Als ik verder wil komen, moet ik dat grijzemuizenvel afschudden. Toen haalde ik mijn aanbeveling.’ De 25 geïnterviewde topvrouwen in ‘Mevrouw, mijne heren’ hebben inmiddels geleerd hoe de hazen lopen: ze passen zich moeiteloos aan aan de kleedkamercultuur aan de top, zonder hun eigen stijl te verloochenen, netwerken intensief en doorzien het politieke spel. Ze hadden ook vaak een mentor die hun carriére positief beïnvloedde. Nu vormen ze op hun beurt vaak een mentor en rolmodel voor andere vrouwelijke high potentials in de organisatie. Eenmaal boven aanbeland, schrikken vrouwen soms terug voor de ultieme top. Anders dan voor mannen, moet het pluche voor vrouwen lekker zitten: ze vinden een leuke baan belangrijker dan de macht en status van de ceo-positie. De toenemende afrekencultuur maakt het leven aan de top er niet aangenamer op. Zelfs mannen beginnen de top inmiddels te versmaden en zijn niet langer te porren voor commissariaten en bestuursfuncties, ontnuchterd door het hoge afbreuk- en reputatierisico. Cynisch genoeg schept dat juist weer kansen voor vrouwen. Zij kunnen de vrijkomende posities innemen. Eenmaal aan de top kunnen ze de cultuur vervolgens van binnenuit proberen te veranderen. Maar dan zal de aankomende generatie vrouwen zich wel eerst moeten ‘vermannen’: anders heeft de doorstroom van vrouwen er opnieuw een barrière bij.

Tips voor topvrouwen

  • Doe je werk met plezier: have fun, dan komt de rest (bijna) vanzelf.
  • Wees bereid om keihard te werken, minimaal zestig uur per week.
  • Kies voor lijnfuncties. Trap niet in de stafval en laat je niet verbannen naar het stafgetto.
  • Hoe dichter bij de top, hoe ijler de lucht. Stop met zeuren en klagen en gebruik humor om serieus genomen te worden.
  • Kies voor banen en projecten die in het oog lopen en celebrate success.
  • Kies een mentor en profiteer van zijn of haar netwerk. Pas wel op voor een mentor die je blijft zien als 'daddy's little girl'.
  • Netwerken is essentieel. Ga na het werk mee naar de kroeg en niet naar huis.
  • Durf de slang in jezelf te gebruiken.Wie de regels van het politieke spel niet kent of weigert mee te spelen, verliest.
  • Stop je vrouwelijkheid niet weg, maar gebruik je charmes. Waak voor het kopiëren van een mannelijke stijl.
  • Kies een partner die je ambities steunt. Een verstandshuwelijk gaat te ver, maar laat je niet exclusief leiden door je hormonen.
  • Negeer de kritiek op fulltime werkende moeders. Een parttime baan geeft geen toegang tot de top.

Marike van Zanten. Mevrouw, mijne heren... 25 vrouwen over de weg naar de
top. Uitgeverij Archipel, 2005. ISBN 9063051905.