Permanente Educatie: Educatieve Carrière of echt een Leven Lang Leren?

Auteur: Inge Adema-Nieuwenhuizen, directeur van Erasmus Academie,
centrum voor permanente educatie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Onderzoek toont aan dat in vier van de vijf gevallen mensen een opleiding volgen vanwege hun werk of om een (andere) baan te vinden. De vijfde leert puur uit nieuwsgierigheid. ‘Wie zijn opleiding verwaarloost, loopt de rest van zijn leven kreupel’, zei Plato al.

Permanente educatie is voor Erasmus Academie de basis voor haar strategie. Achterliggende gedachte is dat in een snel veranderende samenleving een leven lang leren is vereist, niet alleen omwille van de employability, maar ook om maatschappelijke participatie en sociale integratie in brede zin te bewaren en te bevorderen, ook voor diegenen die niet (meer) aan het arbeidsproces deelnemen (1).

In alle opleidingen van Erasmus Academie vormt hoogwaardige wetenschappelijke kennis de basis. De opleidingsactiviteiten zijn ondergebracht in drie zuilen die gezamenlijk het permanente educatie programma vormen:

  • postacademisch onderwijs (25– 45 jaar): professionals werkzaam binnen publieke sector en bedrijfsleven die onderwijs volgen uit economische noodzaak, ofwel omwille van de educatieve carrière;
  • activiteiten op het gebied van wetenschapscommunicatie (40-55 jaar): particulieren, brede wetenschappelijke kennis, omwille van zelfontplooiing meer kennis opdoen, waarbij het gaat om kennis om de kennis;
  • HOVO (vanaf 50 jaar): hoger onderwijs voor ouderen, leren om te leren, het klassieke vormingsideaal (uit vrije keuze).

 

De cursist als uitgangspunt


De didactische uitgangspunten voor volwassenen verschillen sterk van die voor jongeren. Volwassenen leren pas echt als ze in hun werk of privésituatie een bepaalde behoefte ontdekken of tegen problemen aanlopen. Ze willen iets leren omdat ze denken dat ze er verder mee kunnen komen, omdat het voor hen zinvol is en direct toegepast kan worden. Bovendien hebben volwassenen als ‘student’ een zekere mate van levenservaring die reguliere studenten niet hebben. Ze hebben al een hoeveelheid kennis, inzichten, vaardigheden en houdingen, die ze meebrengen naar de opleiding.

 

Dit laat zich vertalen naar drie uitgangspunten. In de opleidingen is frequent contact tussen docent en cursist (cursistgecentreerd onderwijs). De werkvormen worden vervolgens zo gekozen dat cursisten actief en doelgericht met kennis en vaardigheden aan de slag gaan (actieve leeractiviteiten). En tot slot verhoogt het werken met anderen (“samenwerkend leren”) de betrokkenheid bij het leren, vooral wanneer er aan authentieke opdrachten en/of met cursisten uit verschillende contexten wordt gewerkt. Frequente en adequate feedback stelt de cursisten in staat kritisch te reflecteren op wat ze hebben geleerd, wat ze nog moeten leren en hoe ze hun eigen competenties kunnen beoordelen.

Verder wordt veelvuldig gebruik gemaakt van het ‘blended leren’ model, een mix tussen contactonderwijs en e-leren. Een van de belangrijkste voordelen is dat e-leren het mogelijk maakt verschillen in ruimte en tijd te overbruggen (‘daar en later’), terwijl contactonderwijs is gebaseerd op aanwezigheid in één ruimte en op één tijd (‘hier en nu’).

 

Permanente educatie bij Erasmus Academie


De postacademische opleidingen worden vanuit een wetenschappelijk theoretisch kader opgebouwd, waarbij didactiek, leerstrategie, type docenten (ook praktijkdocenten) ervoor zorgen dat de slag naar de praktijksituatie wordt gemaakt. De inhoud van de opleiding wordt zoveel mogelijk afgestemd op de werkpraktijk van de deelnemers. Kennis van de doelgroep wordt verkregen bij het marktonderzoek in de voorbereiding van een opleiding, bij het opstellen van het leerplan of door intakegesprekken met opdrachtgevers. Vervolgens worden de kennis en ervaring van deelnemers gebruikt in de opleiding, bijvoorbeeld tijdens debatten en discussies, maar ook bij het maken van referaten, (groeps)opdrachten, nota’s en tijdens het e-leren.
Een voorbeeld is de Master of Public Information Management, een duaal programma. De deelnemers volgen een dag in de week de opleiding en zijn de overige vier dagen van de week werkzaam in de praktijk van het openbaar bestuur. Zo ontstaat een permanente wisselwerking (en daarmee een permanent leerproces) tussen enerzijds de belangrijkste theoretische leerstukken en anderzijds de weerbarstige praktijk. Tijdens de opleiding wordt tevens geoefend met een aantal competenties die nodig zijn voor het adequaat kunnen opereren in de praktijk. Deze competentiegerichte vakken zijn een praktische, op vaardigheden gerichte toepassing van de aangereikte leerstukken.

 

Binnen het segment wetenschapscommunicatie vinden activiteiten voor een breed geïnteresseerd publiek plaats. Achterliggend idee is de wetenschap zoals die bedreven wordt door de 'sciences' en 'humanities' bij jong en oud onder de aandacht te brengen, beide disciplines met elkaar in gesprek te brengen en zo het maatschappelijk debat op dit terrein te bevorderen.

Permanente educatie krijgt bij Erasmus Academie zijn vervolmaking in HOVO. Hier worden lezingen, cursussen en practica aangeboden met als oogmerk algemene vorming en ontwikkeling. Geen beroepsonderwijs dus, maar kennis omwille van de kennis, op allerlei gebieden: actuele ontwikkelingen in onze wereld, thema’s uit het verleden, onderwerpen op het gebied van filosofie, kunst en cultuur, maar ook techniek. Een actuele reeks rond Montesquieu, grondlegger van de scheiding der machten, staat naast een cursus over multiculturalisme; en een reeks over trends en ontwikkelingen in verkeer en vervoer, vindt evenzeer aftrek als een cursus over Francisus van Assisi.

 

Academisch: theoretisch én praktijkgericht


Hoewel academisch in beginsel theoretisch betekent (zo was het immers reeds ten tijde van Plato die de eerste universiteit of academie heeft gesticht), volgt Erasmus Academie de stellingname van de beroemde leerling van Plato, Aristoteles, die een belangrijke nuancering op deze letterlijke betekenis gaf: iemand heeft iets werkelijk pas begrepen, niet wanneer hij/zij het leerstuk zogezegd ‘van buiten kent’, maar indien hij of zij daarmee ‘uit de voeten kan’; wanneer iemand het geleerde heeft doorleefd en het zich heeft ‘eigen gemaakt’. Permanente educatie hoort op deze manier ingericht te worden, waarbij vanuit een theoretisch kader op de praktijk gerichte educatie een leven lang op maat, naar behoefte, wordt aangeboden.

 

Noten:
(1) Schoolagenda 2010, Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid, Den Haag, maart 2002