Executive Master Programmes

Dr. Joséphine B.P.M. Borchert-Ansinger
NIMBAS Graduate School of Management

Executive MBA-programma's kosten aanzienlijk meer dan andere deeltijds MBA-opleidingen, en leveren ook veel meer op. Wat is het verschil tussen een Executive MBA en een deeltijd-MBA? En waarin onderscheidt een goede Executive MBA zich van een gewone Executive MBA?
De laatste jaren hebben een enorme uitbreiding te zien gegeven van het aanbod aan Executive Master's programma's in de Nederlandse onderwijsmarkt. Dit is een resultante van de voortgaande ontwikkelingen in de kenniseconomie, die tot voortdurend innoveren en bijleren nopen, en is in lijn met ontwikkelingen in de ons omringende Europese landen.

Dit artikel beoogt een schets te geven van wat (goede) executive masteropleidingen zijn en wat niet, wie er de meeste baat bij kunnen hebben, en onder welke omstandigheden deze opleidingen hun beoogde rendement daadwerkelijk opleveren.

Wat is een Executive Master's precies?


Vooropgesteld moet worden dat Executive Master programma's niet per definitie Executive MBA's hoeven te zijn. Tegenwoordig biedt de Nederlandse onderwijsmarkt ook andere uitstekende Executive Master's opleidingen gericht op ervaren professionals die verdieping én verbreding zoeken in vakkennis en managementvaardigehden (de zgn. T-shaped manager). Goed voorbeeld hiervan zijn Executive LLM programma's op het snijvlak van ondernemen en de internationale rechtspraktijk. Ook professional doctorates, die in een vierjarig part-time format leiden tot de graad Doctor in Business Administration (DBA), kunnen gebracht worden onder de noemer van executive programma's. We zullen ons hier echter tot Executive MBA's (ook wel afgekort tot EMBA) beperken.

Niet iedere deeltijds MBA is een executive MBA. Deeltijds MBA-programma's duren veelal twee jaar. Colleges worden in de avonduren of in het weekend gegeven, vaak gedeeltelijk in samenwerking met een business school in het buitenland. Deelnemers hebben wat meer werkervaring en een iets hogere leeftijd (+/- dertig jaar) dan bij voltijds MBA-programma's.

Executive MBA programma's hebben eveneens een tweejarige doorloopduur, maar verschillen daarin van part-time MBA programma's, dat de deelnemers een aanzienlijke managementervaring meebrengen en de wetenschappelijke onderwijsstaf als het goed is zwaarder is. De modules vinden plaats in de weekeinden of in residential sessions van een tot twee weken; daarom spreekt men vaker van modulair onderwijs in plaats van part-time onderwijs. Hoe langer de aaneengesloten perioden van colleges, hoe groter de actieradius van het programma en hoe internationaler en diverser de groep.

Behalve de praktische inrichting van het tijdsbeslag onderscheiden Executive MBA's zich op nog een zevental essentiële punten van deeltijd-MBA's:

1. Rigor en relevance zijn beide groter. Allereerst kan het zwaardere deelnemersveld meer theoretische diepgang aan en verwacht dat ook-en krijgt dat ook als het goed is. Bovendien biedt de ruime ervaring van de deelnemers de mogelijkheid de materie te toetsen aan en toe te passen in de context van de organisatie en sector waarin de deelnemers werkzaam zijn.

Meer nog dan bij gewone part-time en full-time MBA-programma's, wordt er gewerkt met cases en bedrijfssimulaties (kostbare maar buitengewoon waardevolle instrumenten!). Waar de vertrouwelijkheid van de opleiding en de openheid van het bedrijf het toelaten, worden zelfs cases direct uit de praktijk van een deelnemend bedrijf ingebracht.

2. De deelnemersgroep is beduidend zwaarder. Als het goed is, zijn de deelnemers streng geselecteerd op werkervaring op managementniveau. De studiegenoten zijn hier even ervaren sparring partners uit verschillende bedrijfstakken en overheden waaraan men zich kan scherpen. Bronnen van kennis en ervaring zijn naast de onderwijsstaf vooral de mededeelnemers alsmede collega's en vakgenoten met wie men gaande het programma in steeds betere discussie tot steeds betere oplossingen kan komen. Binnen EMBA-opleidingen wordt gewerkt met vaste en wisselende studieteams.

3. Meer learning dan teaching. Omdat MBA-opleidingen naast kennisoverdracht vooral het ontwikkelen van competenties en stimuleren van gedragsverandering beogen, is learning (pro-actief gebruikmaken van staf, studiegenoten, bibliotheek, Internet, etc.) altijd al belangrijker geweest dan teaching (consumeren van aanbod vanuit onderwijsstaf). Voor EMBA geldt dit eens te meer: het zelfsturend en zelflerend vermogen van de deelnemers is groter, colleges dus interactiever en werkgroepen autonomer. Dit veronderstelt grotere communcatieve en sociale vermogens, en scherpt deze ook verder aan.

4. Professoren en lectoren brengen meer academische en bedrijfskundige ervaring mee. Om zware programma's als EMBA-opleidingen-met hun hogere eisen ten aanzien van bedrijfswetenschappelijke diepgang en toepasbaarheid in de weerbarstige managementpraktijk en meer kritische en assertieve deelnemers-in goede banen te leiden is een hoog niveau van zowel vakkennis als onderwijskunde bij het onderwijzende staf onontbeerlijk.

Professoren en docenten bij EMBA-programma's zijn vaak de beste die een business school in huis heeft of haalt. Zij publiceren in internationale academic journals en vakbladen, hebben een rijke ervaring opgebouwd in het bedijfsleven en runnen vaak een eigen consultancy om hun kennis niet alleen te gelde te maken maar ook up-to-date houden. Om een zo groot mogelijke verscheidenheid aan perspectieven te bieden, laten goede EMBA-programma's per module de beste staf invliegen.

5. Een goede EMBA-opleiding is internationaal. Ketens en netwerken van produktie en dienstverlening gaan al lang aan fysieke of landsgrenzen voorbij, waardoor landenspecifieke kennis en algemeen-culturele vaardigheden steeds meer aan belang winnen. Meer nog dan bij andere MBA-opleidingen dient de wetenschappelijke staf internationaal van origine en werkterrein te zijn, evenals het veld van deelnemers, waarin idealiter geen enkele nationaliteit of etniciteit te zeer de boventoon voert. Ook de studiematerialen en cases dienen een diversiteit aan economische, juridische en culturele contexten te bieden, iets wat niet altijd voldoende wordt uitgewerkt. EMBA-opleidingen bieden ook vaak een module bij een partner-instituut in het buitenland aan.

6. Uitstekende ICT-voorzieningen ondersteunen het programma. Omdat EMBA-opleidingen modulair van opzet zijn, deelnemers en docenten elkaar slechts periodiek zien, en tussentijds kontakt moeten onderhouden over groepswerk of onderzoeksprojecten, is goede ondersteuning van hun onderlinge communicatie een belangrijke succesfactor voor een EMBA-opleiding.

Goede EMBA-opleidingen onderkennen dit en investeren daarom in virtuele netwerken waar programmadeelnemers en wetenschappelijk en ondersteunend personeel binnen een beveiligde omgeving informatie kunnen uitwisselen, groepsmatig aan projecten kunnen werken en, niet onbelangrijk, de logistiek van het programma kunnen co-ordineren. De ICT-factor kan men hanteren als een lakmoesproef voor de mate van investeringsbereidheid, toekomstgerichtheid en klantgerichtheid van de business school.

7. Het EMBA-traject is een driehoeksverhouding. Het is een illusie te denken dat een Executive MBA-opleiding geheel in de vrije tijd gevolgd kan worden. Alleen al het tijdsbeslag is gemiddeld zo'n twintig uur per week, en bij pieken vaak nog meer. Daarnaast levert een EMBA vaak het grootste rendement op wanneer de inzichten uit de opleidingen vrijuit mee de organisatie in genomen kunnen worden en wanneer uitdagingen en ambities van de organisatie ingebracht kunnen worden in de sessies en projecten.

De beste chemie voor alledrie partijen ontstaat wanneer deelnemer, bedrijf en business school zich aan elkaar committeren: het bedrijf sponsort de deelnemer geheel of ten dele. De deelnemer verplicht zich een x aantal jaren bij haar of zijn bedrijf te blijven werken behoudens afkoopsom bij eerder vertrek. Of, beter nog, werkgever en werknemer komen een loopbaanontwikkelingsplan overeen waar de EMBA onderdeel van uitmaakt. En de aankomend deelnemer legt aan de business school een verklaring voor van zijn of haar organisatie waarin deze diens deelname aan het EMBA-programma financieel en/of praktisch steunt. Goede EMBA-opleidingen stellen een dergelijke werkgeversverklaring zelfs als toelatingseis, om de dialoog tussen alledrie partijen op gang te brengen en verwachtingen over en weer vroegtijdig af te stemmen.

Voor wie is een EMBA geschikt?


Jonge professionals zijn bij het begin van hun loopbaan vooral bezig zich de huisregels van bedrijf en sector en de spelregels van het zakendoen, buiten en binnen de eigen organisatie, eigen te maken. Zij zijn het meest gebaat bij interne opleidingen en mentortrajecten en externe cursussen met een specifieke focus. Een full-time of part-time MBA komt voor deze groep na een paar jaar werkervaring in zicht; een EMBA is niet voor hen bedoeld.

Een EMBA-programma is evenmin geschikt voor de rijpe en ervaren manager of bestuurder die behoefte heeft te reflecteren over vakgebied, strategie, zingeving en de eigen rol daarin, alles met een blik op de langere termijn. Deze managers zoeken dialoog en discussie met gelijken en willen daarvoor een paar maal uit de bestuurlijke maalstroom stappen. Voor hen geen huiswerk en examens, maar kwaliteitsontmoetingen. Dit bieden de non-degree programma's.

EMBA-programma's zijn bij uitstek geschikt voor de groep hiertussenin: managers met bewezen ervaring en nog meer potentieel, veelal uitstekende specialisten in hun vakgebied, die binnen hun organisatie hogerop willen of een overstap naar een andere sector willen maken. Voor deze mensen, vaak tussen de dertig en veertig jaar, biedt een EMBA een laatste window of opportunity om de carrieremogelijkheden te verruimen. Zij kunnen bovendien de discipline nog opbrengen om huiswerk te maken. Maatschappelijke en familieverplichtingen maken het wel noodzakelijk om met gezin, bedrijf en besturen goede afspraken te maken over de gang van zaken voor de duur van het programma. Zie ook elders in deze gids.

Wat levert een EMBA op?


De opbrengst van een Executive MBA laat zich in drie woorden samenvatten: kennis, kennissen en etiket. Men maakt zich state-of-the-art management know-how eigen, breidt zijn netwerk in nieuwe richtingen uit, en verwerft een alom erkend brevet van excellentie.

Het kennisaspect. om te beginnen, werkt drie kanten op. Voor de individuele deelnemer blijkt de toegevoegde waarde uit een met meer inzicht en resultaat functioneren binnen de organisatie en naar buiten toe, uit betere prestaties en meer verantwoordelijkheden. Deze groei ontstaat steevast al vanaf het begin van het programma. De organisatie merkt ook meestal al vroeg in het programma de toegevoegde waarde ervan aan de hogere prestaties van de betrokken werknemer en, door een hefboomeffect op collega's, aan betere resultaten van de divisie of projecten waaraan zij of hij verbonden is. De EMBA-deelname door de werknemer en indirect ook het bedrijf brengt een gestage veranderingsdruk met zich mee. Als een bedrijf bovendien een bedrijfsvraagstuk durft in te brengen in het programma, profiteert het ook nog eens van de gezamenlijke wijsheid van de EMBA-groep en -staf.

Ook voor de business school zelf heeft een EMBA, behalve voor de bottom line, de toegevoegde waarde dat er een sterke feedback loop is vanuit deelnemers en hun organisaties over de resultaten en ervaringen, wat de school scherp houdt.

De ervaring leert dat ruim de helft van de deelnemers aan een Executive MBA nog tijdens het programma de overtstap maken naar een andere functie, hetzij binnen de eigen organisatie, hetzij naar elders. Het is daarom van belang dat deelnemer, bedrijf en business school goede afspraken maken over dergelijke veranderingen en hun gevolgen.

Hoe een EMBA kiezen en doen?


Uit bovenstaande blijkt hoe de verschillende factoren en actoren deelname aan een EMBA-programma tot een succes kunnen maken. De zeven hierboven beschreven inhoudelijke aandachtspunten bieden houvast bij het screenen en kiezen van een geschikte Executive MBA. De verhoudingen binnen de driehoek deelnemer-bedrijf-business school en de verplichtingen (en krediet!) tegenover thuisfront en verenigingsbesturen e.d. bepalen voorts de financiële en praktische mogelijkheden hiertoe. Al met al, neemt het keuzeproces al gauw een jaar in beslag, maar het uiteindelijke profijt duurt levenslang.