Filosoferen is goed voor Managers
Auteur: Dr. C. Edu Feltmann, organisatiepsycholoog en denkadviseur, werkzaam vanuit IGOP te Hilversum.

Belangstelling voor filosofie is niet vanzelfsprekend, bij managers en organisatiekundigen. Filosofie is immers niet 'nuttig', zoals Bedrijfskunde, ICT of Marketing. Diepzinnige vragen, zoals: "Waarom is er Iets - en niet veeleer Niets?", zijn misschien wel grappig of verrassend, maar zij leveren geen bruikbare tips of 'handvatten' voor beleid.

Toch is er de laatste jaren in organisatieland groeiende belangstelling voor leergangen, workshops en colleges waarin gedachten en methoden uit de filosofie worden aangeboden. Trainingen in het "Socratisch gesprek" worden gretig gevolgd door managers, organisatieadviseurs en coaches. Collegereeksen "Filosofie voor Managers" trekken de aandacht van bestuurders, directeuren en managers, uit organisaties van onderwijs, gezondheidszorg, gemeenten, banken, e.a.. En in de betere kwaliteitskranten krijgen filosofen gelegenheid commentaar te geven bij wat er in organisaties gebeurt. Hoe is dat te verklaren? Waardoor is filosofie ineens aantrekkelijk voor managers? Dat komt door haar vermogen tot ontstroeven van hun denken, tot het ont-moeten van wat noodzakelijk lijkt en daardoor tot het doen ontdekken van vrijer en waardiger werkvormen. Moderne filosofen bevragen tegenwoordig vrijmoedig en indringend alles wat voor managers 36 evident en vanzelfsprekend lijkt. Zelfs de meest robuuste impliciete pijlers van het organisatieen bedrijfskundige 'managerial' denken ontkomen daar niet aan. Zoals de veronderstelling dat beheersing van de toekomst via rationaliteit mogelijk is, en de (bijna heilige!) overtuiging dat sturing, motivatie en monitoring van mensen door speciale 'managers' noodzakelijk is, om iets voor elkaar te krijgen. Taalfilosofen attenderen daarbij op de verleidende en soms misleidende of 'verstroevende' werking van het 'discours' (= de samenhang tussen taal en denken) van management, zoals in onderstaand voorbeeld van een dialoog (per mail) van een management-trainer met een (denk)adviseur.

Vraag van de trainer:
Ik wil een workshop faciliteren met deze stelling over "People management": People management: it's all about building relationships and creating meaning. People management focuses too much on the realisation of organisational goals by means of objectives while there is a need for more focus and attention to human needs and interests. People aren't resources or tools, but human beings. Individuality and the human desire to be part of a social environment, requires leadership skills that focus on both dimensions. The process of creating meaning is based on authenticity in a leader, stimulating dialogue between people and sharing organisational vision and strategic intent. The uthenticity and creative power of the people manager is based on his distinct awareness of his own individuality, being part of a social organisation community and sharing this openly.
Heb jij suggesties voor een betere stelling? (Dit voorbeeld is niet verzonnen maar waar gebeurd!)

Antwoord van de adviseur: Worden 'people' misschien pas 'resources or tools' wanneer er 'management' aan (hen) wordt toegevoegd? Kijk eens wat er gebeurt als je alle 'managerial' woorden schrapt (management, building, creating, organisational, leadership, a leader, his en organisation).

Reactie van de trainer: Ik heb je woorden letterlijk genomen. Ik wil je werkelijk bekennen dat ik de tekst zinniger vind geworden. Ik krijg letterlijk meer ademruimte. Wat een verademing om me te kunnen ontdoen van management-talk en al de andere crap. De workshop gaat een stuk leuker worden: letterlijk ont-moeten in de pure zin van het woord..

In het (in organisaties dominante) 'managerial' denken wordt gedacht dat mensen moeten worden 'gemanaged', met 'people management', juist ook in hun eigen belang. De 'post-moderne' filosofen, echter, vermoeden dat die 'ideologie' van management - evenals de andere 'Grote Verhalen van de Verlichting' over emancipatie van de mens door wetenschap, politiek, etc. - in de laatste eeuw achterhaald is, zowel door de wetenschap zélf , als door maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Zij betwijfelen de ethiek, de legitimiteit en de juistheid van die veronderstelling(en), én zij stellen de intrigerende vraag: welke toekomsten en gedragingen worden in en als gevolg van dit 'paradigma' van sturing, beheersing en rationaliteit, onbewust maar stelselmatig gediskwalificeerd en daardoor wellicht ten onrechte buitengesloten....... en is dat wijs en waardig?!

Met dit soort prikkelende 'kritische' vragen is Organisatiefilosofie een nieuwe loot aan de boom der wijzen geworden. Dit nieuwe vak heeft een plaats gekregen in opleidingen voor managers. Enkele universiteiten hebben daartoe zelfs een leerstoel ingesteld (o.a. prof. René ten Bos in Nijmegen en dr. Ruud Kaulingfreks aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht). Ook zijn er gespecialiseerde trainingsinstituten die trainingen en 'wijsgerige workshops' aanbieden, waarin filosofisch wordt nagedacht over praktische kwesties als 'waartoe werken wij (op déze manier en kan het ook anders)?'. En over de moraliteit, de (on)zin en de (on)menselijkheid van de structuur, cultuur, strategie en het management van organisaties - en wat die betekenen voor mensen die bij voorkeur 'plezierig', 'leuk', 'speels', 'beschaafd', 'rechtvaardig', 'vredig', 'wijs' en 'zinvol' met elkaar willen werken. Voor mensen die zich vrij, waardig en gelukkig willen voelen, in hun leven én in hun werk. En of het klopt, dat: "People aren't resources or tools, but human beings!"

Filosofie, en vooral de kunst van het filosoferen, is dus niet slechts 'voer voor filosofen'. Ook mensen met 'praktische' banen, zoals leiders, managers en adviseurs van organisaties, kunnen zich nu oefenen in die kunst van het 'poly-paradigmatisch' denken. Dat stimuleert hen een stapje hoger, dieper en verder te denken dan zij in hun 'professionele' denken (al) doen. In deze trainingen en workshops leren zij met verwondering te luisteren en vragen te stellen bij vertrouwde en 'vanzelfsprekend' lijkende oordelen en handelingen. Filosoferen is de kunst om je oordeel op te schortens, om te blijven zoeken naar argumenten en perspectieven van waaruit alles minder evident of noodzakelijk is dan je aanvankelijk meende. Waardoor een probleem toch minder onoplosbaar blijkt, dan je aanvankelijk dacht, en waardoor iets anders denkbaar wordt, wat je eerst niet zag, maar wat nóg meer tegemoet komt aan hetgeen je zoekt of wilt.