De overheidsmanager aan de studie


Dr J.J. Ligteringen

De wereld van het openbaar bestuur is een interessante, temeer nu die behoorlijk in beweging is. Hoewel de publieke sector steeds bedrijfsmatiger moet werken, is de beschikbare bedrijfskundekennis, waaruit een Master of Business Administration (MBA)-opleiding bestaat, meestal niet zomaar toepasbaar op organisaties in de publieke sector. Het gevolg is dat steeds meer vraag ontstaat naar masteropleidingen die zich specifiek richten op overheidsmanagers, zoals een Master of Public Management (MPM).

Bij een transitie naar meer bedrijfsmatig werken in de publieke sector voorziet ondermeer de expertise die financieel management kan bieden in de opleidingsbehoefte van publieke organisaties. Neem bijvoorbeeld de kostprijs van een product. Voor een bedrijf is die vrij eenvoudig te bepalen. Maar wanneer je de kostprijs wilt bepalen van een gemeentelijke dienst ontstaat meestal eerst de discussie wat nu precies deze dienst is en wie de gemeente eigenlijk als klant ziet. Vervolgens ontstaat het probleem dat je de kostprijs van een paspoort of rijbewijs als product heel wat eenvoudiger bepaalt dan een dienst als vergunningverlening of bijvoorbeeld een verkeersspreekuur. Om dit en soortgelijke problemen het hoofd te bieden, is het goed om expertise zowel uit de bedrijfskunde als uit de bestuurskunde creatief te combineren. Een hele mooie combinatie dus: bedrijfseconomie voor de collectieve sector.

ICT-gevoelig


Ook met betrekking tot informatiemanagement geldt dat de publieke sector veel kan leren van het gebruik van ICT in de private sector. Overheidsorganisaties zijn bij uitstek gevoelig voor de revolutionaire ontwikkelingen op het gebied van ICT, omdat organisaties in de publieke sector vaak met name informatieverwerkende taken hebben. Er zijn natuurlijk niet alleen overeenkomsten, ook grote verschillen. Het is de kunst om juist die expertise uit de bedrijfskundige disciplines toe te passen die voor de publieke sector meerwaarde kunnen hebben.
Naast bedrijfskundige expertise die de publieke sector selectief kan benutten, zijn er ook specifieke bestuurskundige aandachtsgebieden die in de private sector minder interessant zijn. Een aandachtsveld dat in een opleidingstraject in de publieke sector - anders dan in de private sector - van groot belang is, is de politieke context. De relatie tussen bedrijf en klant is in de private sector een vrij eenduidige. Waar het ambtenarenapparaat in relatie staat met de burger, speelt daarnaast de politiek een wezenlijke rol. Verder valt te denken aan disciplines als beleidsmanagement, waarin het onderwerp van studie het gehele beleidsproces is van probleemanalyse tot implementatie en evaluatie.

Opleidingsbehoeften


De kennisbehoefte van publieke organisaties richt zich met name op zes onderwerpen: organisatiemanagement, financieel management, beleidsmanagement, informatiemanagement, personeelsmanagement en de politieke context. De opleidingsbehoefte op het gebied van organisatiemanagement is bij publieke organisaties gericht op onderwerpen als kwaliteitsmanagement, integraal management, prestatiemanagement en programmatisch werken. Een ander onderwerp waarnaar bij overheidsorganisaties een kennisbehoefte bestaat is financieel management. Hierin zijn organisaties met name geïnteresseerd in de onderwerpen kostprijscalculatie, budgettering en prestatiemeting en prestatiebegroting. Ook beleidsmanagement is een onderwerp waarbij behoefte bestaat naar meer kennis op het gebied van bijvoorbeeld interactieve beleidsvorming, evalueren van beleid en het bereiken van doelgroepen. Gezien de centrale rol die informatie in een publieke organisatie meestal speelt zijn deze organisaties bij uitstek geïnteresseerd in het onderwerp informatiemanagement. Hierbij valt te denken aan informatievoorziening, beveiliging van informatiesystemen en toepassing van informatietechnologie in de praktijk. De behoefte aan kennis over personeelsmanagement komt voort uit actuele thema's zoals competentiemanagement en kennismanagement en uit de dagelijkse praktijk van bijvoorbeeld het motiveren van medewerkers, leidinggeven en beoordelen en belonen. Tenslotte zijn veel organisaties in de publieke sector geïnteresseerd in de politieke context waarin hun medewerkers functioneren. Met name onderwerpen als dualisme, regionalisering of gemeentelijke herindeling zijn thema's die in dit kader leven.

Vaardigheden


Naast de kennisbehoefte hebben veel organisaties in de publieke sector behoefte aan de ontwikkeling van vaardigheden. Het gaat dan met name om aken als leidinggeven, teamvorming en coaching. Wanneer een organisatie zichzelf daarnaast ten doel stelt van de eigen groep van leidinggevenden een hecht team te maken dan kan een in-company opleiding uitkomst bieden. Meestal betreft het dan geen opleiding op masterniveau, omdat de tijdsinvestering niet van de hele groep kan worden gevraagd. Bovendien hebben de meeste publieke organisaties geen plaats voor een grote groep werknemers met een voltooide masteropleiding. In dit type trajecten is het opleidingsdoel drieledig. Ten eerste verwerven de deelnemers relevante kennis en vaardigheden. Daarnaast leidt het opleidingstraject tot betere samenwerking tussen de deelnemers van het team. Bovendien wordt de organisatie beter van een opleidingstraject, doordat allerlei praktijkproblemen onderwerp van studie worden.

Praktijk


De Nederlandse masteropleidingen voor de publieke sector sluiten nauw aan bij de praktijk van de deelnemers. Zowel in de inleidingen van docenten als in verstrekte opdrachten worden praktijkervaringen van deelnemers en de praktijk van het openbaar bestuur in het algemeen betrokken. Die praktijk vinden we meestal ook heel expliciet terug in een opdracht of scriptie, waarmee de deelnemers hun opleiding afsluiten. Bedoeling van de masterscriptie is de opgedane kennis en vaardigheden toe te passen op een vraagstuk uit de eigen beroepspraktijk. Het resultaat, de scriptie of eindopdracht, moet een wetenschappelijk verantwoorde bijdrage zijn aan de oplossing van dat vraagstuk. De masteropleidingen in Nederland die zijn gericht op de publieke sector werken met groepen waarvan de deelnemers sterk verschillen in achtergrond. Hun werkomgeving is echter zeer vergelijkbaar. Groepsgewijs werken vormt dan ook een duidelijke meerwaarde. Cursisten kunnen elkaar helpen om het inzicht in elkaars problemen en de oplossing daarvan te vergroten.

Doelgroep


Een masteropleiding, of het nu een MBA of een MPM is, vergt nogal wat van de deelnemer. Wie een masteropleiding volgt, begeeft zich immers op wetenschappelijk niveau. Het is dan ook essentieel dat deelnemers op dit niveau kunnen meekomen. Bij de Nederlandse masteropleidingen voor de publieke sector wordt minimaal HBO/WO werk- en denkniveau gevraagd. Natuurlijk is het daarnaast van belang dat deelnemers werkzaam zijn in de praktijk van het openbaar bestuur. Niet alleen zodat zij in staat zijn de opgedane kennis en vaardigheden direct in de praktijk te brengen, maar ook om vanuit de eigen ervaringen de andere groepsleden van advies te dienen. Tenslotte is het belangrijk dat de deelnemer aan een masteropleiding een fundamentele tijdsinvestering pleegt. Niet alleen de groepsbijeenkomsten kosten tijd, maar ook de zelfstudie en het (al dan niet groepsgewijs) maken van praktijkopdrachten.

De toekomst


De huidige bezuinigingen in veel organisaties in de publieke sector kunnen op den duur een aanslag doen op het opleidingsbudget dat deze organisaties reserveren. Maar of dat voor deze organisaties op den duur een goede ontwikkeling is, is de vraag. Het investeren in kwalitatief goede opleidingen van personeel komt de organisatie ten goede. Wanneer door toedoen van de (master)opleiding processen efficiënter en effectiever gaan verlopen verdient de organisatie het opleidingsbudget al snel terug.