Amerikaanse en Europese MBA's: zoek de verschillen


Prof. Richard C. Kaehler, MBA, Ph.D. en Drs. Jan Henk van der Werff
University of Phoenix, Nederland

Bij de selectie van een MBA programma staat een kandidaat voor een belangrijke keuze: wil hij een Amerikaans of een Europees MBA. Hoewel de verschillen als gevolg van globalisering kleiner zijn geworden, kunnen programmatische en culturele aspecten zwaar wegen in het individuele beslissingstraject.

De Master of Business Administration, MBA, is een Amerikaanse uitvinding uit het begin van de twintigste eeuw en is gaandeweg ingebed in het Amerikaanse universitaire systeem. Dit stoelt op een vierjarig "undergraduate" programma en leidt op tot een "Bachelor of Arts", B.A., of een "Bachelor of Science", B.S. In de bedrijfskundige discipline wordt dit later een "Bachelor of Business Administration", B.B.A. De MBA wordt dan het logische en academische sluitstuk van de bedrijfskundige discipline.

In Europa werden "business schools" in eerste instantie opgezet door particuliere bedrijven, als trainingsinstituut voor het eigen management. Voorbeelden hiervan zijn IMI in Genève, opgezet door Canadian Aluminum en IMEDE, gesponsord door Nestlé. Deze instituten en andere vroege "business schools" zijn niet verbonden aan universiteiten, zodat de deelnemers er geen academische graad behaalden. Pas aan het begin van de jaren zestig startte de University of London de nu zo bekende London Business School.

Onderwijskundige visie


Een kenmerkend verschil tussen het Amerikaanse en het Europese universitaire systeem is dat Amerika bedrijfskundige studies altijd heeft geaccepteerd als een universitaire discipline. In Europa werd bedrijfskunde lang beschouwd als een toegepaste wetenschap die thuishoort op hogescholen en "polytechnics", afgerond met een diploma. In veel gevallen bieden Europese universiteiten bedrijfskunde aan binnen de economische faculteit.

Een ander duidelijk verschil is dat het Amerikaanse onderwijsmodel is gestoeld op een vierjarig programma en wordt besloten met een bachelor graad, terwijl het Europese model (vooral het Nederlandse) uitgaat van een ongeveer vijfjarige opleiding, vergelijkbaar met het masterniveau.

Inmiddels kent Europa veel "business schools" die aan een universiteit of hogeschool zijn verbonden. Dit is het geval in Groot-Brittannië, Nederland, Spanje en, in mindere mate, Duitsland. In Frankrijk zijn "business schools" in de regel niet opgezet door universiteiten, maar door Kamers van Koophandel. Hoe dan ook, Europese universiteiten hebben een relatief korte traditie in MBA opleidingen aanbieden. Hierom begrijpt het Europese bedrijfsleven de opleiding niet altijd voldoende.

Programmadoelstellingen


De Amerikaanse MBA is oorspronkelijk bedoeld als een veelomvattende, verbredende ervaring. Aspirant managers moeten in feite leren begrijpen hoe activiteiten en functies in andere delen van de organisatie werken. Grote organisaties doen dit in eerste instantie door middel van interne "management development" programma's; management trainees maken via een roulatiesysteem in enkele jaren kennis met de belangrijke afdelingen en bedrijfsfuncties. Deze aanpak is succesvol, maar wel erg tijdrovend.

Een Amerikaans MBA duurt normaliter twee jaar. De populariteit van deze opzet heeft deels te maken met het feit dat het eerste jaar van de opleiding de "basics of business" behandelt, zoals accounting, marketing en financiering. Daardoor kunnen deelnemers op een gestructureerde wijze en in veel kortere tijd hetzelfde ervaren als een intern "development" programma kan bieden.
Het is hierbij van belang te constateren dat slechts een klein deel van de werkende bevolking een bedrijfskundige studieachtergrond heeft. Specialisten laten doorgroeien naar een algemene managementpositie kan dan buitengewoon moeilijk zijn. Een MBA opleiding kan dan van grote waarde zijn. Ligt de voorkeur bij doorgroeien in het eigen vakgebied of binnen de eigen professie, dan is het volgen van een gespecialiseerd masterprogramma meer voor de hand liggend.

Verschil


Het cruciale verschil tussen het Amerikaans en Europees MBA is dat
in het Amerikaanse concept centraal staat dat de manager kennis heeft van de functies en werkwijzen van de verschillende bedrijfsafdelingen. Een MBA student wordt geen "accountant", "marketeer", "researcher". Wel mag van een afgestudeerde MBA'er het vermogen worden verwacht een multidimensionaal managementprobleem te definiëren, te analyseren, op te lossen en eventueel te implementeren. Hierbij dienen de concepten en instrumenten uit het programma als leidraad. Vandaar de nadruk op "analytische methoden" in Amerikaanse MBA programma's, waar Europese MBA's "cultuur en individueel gedrag" centraal stellen.

De doelstellingen van Europese MBA's zijn niet altijd helder. In de Europese traditie wordt een mastergraad vooral gezien als een verdieping die afgestudeerden meer vaardig maakt in een specialisme. Europese MBA programma's kunnen daardoor nogal variëren in het opleidingsdoel; van "generalisten" via "innovators" (entrepreneurs), naar "specialisten". Veel potentiële Europese MBA studenten verwachten van een MBA meer "specialisatie" die ze in staat stelt een hogere positie te bemachtigen als functioneel specialist.

Bedrijfscultuur


De Amerikaanse bedrijfscultuur is samen te vatten in drie verwante concepten: "groei", "productiviteit" en "winst". Kwartaalcijfers van groei en winstgevendheid zijn zwaarwegend en richtinggevend in een dynamische en concurrerende bedrijfsomgeving. Succesvol zijn onder deze omstandigheden vereist een goed opgeleid, gemotiveerd, innovatief, en efficiënt georganiseerd managementteam.
In tegenstelling tot de Amerikaanse situatie zijn tot voor kort een groot aantal Europese industrieën staatseigendom en genieten anderen politieke bescherming. Deze bedrijfsomgeving zorgt voor een meer bureaucratisch management, waar beslissingen mede worden genomen op politieke gronden en waar specialisten managementposities hebben veroverd.

Hoewel de Amerikaanse definitie van succes ook in de Europese omgeving in toenemende mate domineert, is de Europese bedrijfscultuur soms een remmende factor. De introductie van MBA programma's in de Europese bedrijfsomgeving is dan ook te zien als een poging de afstand te overbruggen.

Met enige stereotypering en wat humor kan worden gesteld dat de Amerikaanse benadering is om "eerst te doen en dan toestemming te vragen". De Europese benadering is meer "eerst toestemming vragen en vervolgens een subsidieaanvraag doen". Amerikanen zijn geneigd risico's te nemen, Europeanen trachten die te vermijden. Een Europees businessplan analyseert eerst de risico's en vervolgens de voordelen. Een Amerikaans businessplan stelt de voordelen voorop.

Andere overwegingen


De reden om aandacht te schenken aan het verschil in bedrijfscultuur is dat faculteit, studenten en studiematerialen hun respectievelijke nationale zakelijke waarden en praktijken direct of indirect weerspiegelen in MBA programma's.
Om de volgende redenen kunnen Europeanen beslissen een MBA te doen in Amerika en andersom:
· - een functie ambiëren in een ander land,
· - een functie ambiëren in een internationale divisie van een bedrijf in eigen land,
· - de wens markten te penetreren in andere landen,
· - de wens de bedrijfscultuur en gebruiken van een ander land te leren kennen.
In veel Europese landen is het mogelijk in eigen land deel te nemen aan en MBA programma van een Amerikaanse universiteit. Aan deze programma's is in meer of mindere mate "Europese" inhoud toegevoegd om aan te sluiten bij de Europese realiteit en bedrijfscases. Maar uiteindelijk zijn deze MBA's onderscheidend in interactief doceren, inhoud, taal en cultuur van de Amerikaanse bedrijfsomgeving.
Ondanks alle genoemde verschillen, moeten mensen wel beseffen dat een vervolgopleiding altijd waardevol is. Indien niet onmiddellijk, dan toch later in de carrière.